Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/2.3.3
2.3.3 Aandeelhouder als eigenaar
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197728:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Von Planta 2010, p. 399 en Martínez-Echevarría 2017, p. 34-35.
Davies & Worthington 2016, p. 35.
Grantham 1998 en Collison e.a. 2011, p. 19.
Grantham 1998, p. 557-558 en Ireland 1999, p. 38-39.
O.a. Ireland 1999, Steins Bisschop 2008, p. 8, Collison e.a. 2011, p. 16 en Kemp 2015, p. 75. Davies & Worthington (2016, par. 2.1-2.5) beschrijven het omslagpunt.
Grantham 1998, p. 573.
Zie ook Kemp 2015, p. 74-75.
Von Planta 2010, p. 399 en Collison e.a. 2011, p. 16.
Fisch 2006, p. 649.
Par. 2.2.3.
Bijv. Fisch 2006, p. 637.
Dat aandeelhouders eigenaar zijn van de vennootschap omdat zij aandelen in de vennootschap houden, is een veel gehoorde, evenwel omstreden aanname.1 Niet de (gezamenlijke) aandeelhouders maar de vennootschap is eigenaar van de activa van de vennootschap.2 Aandeelhouders zijn zowel in Nederland, Duitsland als Engeland rechthebbenden op de aandelen in de vennootschap en hebben slechts een voorwaardelijke aanspraak op het vermogen van de vennootschap in de vorm van winstrecht en recht op liquidatiesaldo.3
Toch komt de aanname dat aandeelhouders eigenaar zijn van de vennootschap veel voor, met name in meer economische zin. Ze was lange tijd leidend in het Anglo-Amerikaanse vennootschapsrecht.4 In de Anglo-Amerikaanse landen werd de aandeelhouder als eigenaar van de vennootschap gezien omdat de vennootschap vroeger niet los kon worden gedacht van de aandeelhouders.5 De vennootschap was een partnership. Tegenwoordig zien de meeste juristen, ook in Engeland, een vennootschap als een juridische entiteit los van haar aandeelhouders en beschouwen zij aandeelhouders niet meer als eigenaar van de vennootschap.6
Ook het feit dát aandeelhouders zeggenschapsrechten hebben waarmee ze vergaande invloed in de vennootschap kunnen uitoefenen, heeft de aanname dat de aandeelhouders eigenaar zijn, versterkt.7 Het recht om bestuurders te benoemen en de statuten te wijzigen, lijken op kenmerken van eigendom.8 Het geeft aandeelhouders immers een zekere (indirecte) controle over de vennootschap. Dat aandeelhouders bepaalde zeggenschapsrechten hebben, maakt hen echter nog geen eigenaar van de vennootschap.9 Aandeelhouders hebben met deze rechten geen directe controle op of toegang tot het vermogen van de vennootschap.10 Hoe dit ook zij, de aandeelhouders als eigenaar van de vennootschap, is een rechtseconomisch argument voor het verschaffen van een zekere controle in de vennootschap aan de aandeelhouders door middel van zeggenschapsrechten. Ook vormt het de basis voor de eerder genoemde shareholder primacy theorie.11 De bestuurders van een vennootschap zouden zich enkel moeten richten op het vergroten van de welvaart van de eigenaren van de vennootschap en dat zijn de aandeelhouders.12