De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/2.4.1:2.4.1 Inleiding
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/2.4.1
2.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949635:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor is uiteengezet dat op dit moment van een samenhangende beroepsgroep die professionele autonomie uitoefent over de eigen beroepsuitoefening bij de leraar geen sprake is. De autonomie van de leraar heeft momenteel dan ook geen collectieve dimensie. De leraar beschikt echter wel over specifieke kennis en kunde, hij dient een algemeen belang en heeft het vertrouwen van zijn leerlingen en de samenleving. In deze paragraaf wordt uiteengezet dat aan de individuele leraar dan ook autonomie toekomt. Ten eerste wordt toegelicht dat autonomie voor de leraar noodzakelijk is om zijn vak uit te oefenen, vervolgens wordt beschreven dat hij deze autonomie heeft in het belang van zijn leerlingen, daarna wordt ingegaan op de grenzen van zijn autonomie en ten slotte wordt toegelicht dat de leraar zijn autonomie ook in teamverband uitoefent.