Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/3.4.4.2
3.4.4.2 Het begrip ‘bekend maken’ versus ‘openbaar maken’
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285287:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Brief Staatssecretaris van Financiën van 26 juni 2018 (vertrouwelijke toelichting fiscale positie Shell in besloten commissievergadering), Kamerstukken II 2017/18, 28 362, nr. 11, V-N 2018/35.16. Vergelijk: ABRvS 16 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3502 (het onderscheid tussen bekendmaken van gegevens aan een selecte groep personen staat niet gelijk met openbaar maken aan een ieder) en ABRvS (wrakingskamer) 31 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2077 (geen kennisname van abusievelijk door rechtbank toegezonden, ongeschoonde Wob-stukken omdat ze daarmee worden behandeld als ware het al openbaar).
H.W. de Wilde, De verplichting tot geheimhouding in zake vermogensbelasting, Weekblad voor Notaris-ambt en registratie, 3 mei 1896, nr. 1375. Vergelijk: Van Walsum 1900, blz. 329, nr. 501.
Adriani 1935, blz. 388.
Vergelijk: S.A.J. Munneke, De reikwijdte van geheimhoudingsplichten, Gst. 2006, 11. Hij geeft in het kader van de gemeentelijke geheimhoudingsplichten aan dat geheimhouding de tegenhanger is van openbaarheid.
Aanschrijving Minister van Financiën van 26 januari 1894 nr. 41, opgenomen in P.W. nr. 8572.
Nu geheimhouden is gedefinieerd als een verbod om het object van de geheimhouding verder bekend te maken rijst vervolgens de vraag wat moet worden verstaan onder ‘bekend maken’. Dit moet niet worden verward met het ruimere begrip ‘openbaar maken’. Openbaarmaking is de meest vergaande vorm van bekendmaking.1 In zijn beschouwing over de geheimhoudingsbepaling van de Wet VB 1892 schreef De Wilde hierover:2
De wet verbiedt niet het openbaar maken doch het bekend maken, derhalve het mededeelen van datgene waaromtrent de geheimhouding is opgelegd, aan personen die dit niet mogen weten; of daaraan al dan niet ruchtbaarheid wordt gegeven, is dus onverschillig. Evenmin doet het motief dat men voor de bekendmaking meent te hebben iets ter zake, of maakt het verschil aan wien iets wordt bekend gemaakt.
Adriani heeft dit subtiele verschil tussen bekend maken en openbaar maken verduidelijkt aan de hand van een voorbeeld over gegevensverstrekking aan een notaris.3 De geheimhoudingsplicht geldt ook wanneer de inspecteur volkomen zeker is dat de notaris – in verband met zijn eigen geheimhoudingsplicht – zal zwijgen. De wet VB 1892 verbood het ‘bekend maken’, dus niet alleen het ‘openbaar maken’.4 De aanschrijving waarin werd bepaald dat ambtenaren ook tegenover elkaar geheimhouding in acht dienden te nemen was in zoverre overbodig omdat dit al onder de hoofdregel viel.5