Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/9.8.4.7
9.8.4.7 Verhouding met de vakbonden
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS376987:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer Holtzer (2001), p. 259 e.v.
Sprengers is een voorstander van toekenning van het enquêterecht aan de ondernemingsraad op grond van dit argument. Zie Sprengers (2003), p. 335-336.
Zaal (2009), p. 50. Bij de beschikking van de OK op 3 mei 2007 (JOR 2007/143) inzake de verkoop van de LaSallle Bank aan de Bank of America waren de vakbonden niet betrokken. Op 2 augustus 2007 volgt een tweede zitting en dient het enquêteverzoek van de aandeelhouders naar de overnameperikelen. Nu voegen de (vier) vakbonden zich wel als belanghebbenden in de procedure. Zie OK 17 april 2008, JOR 2008/157 (ABN AMRO).
Sprengers (2005), p. 9.
Van der Vlis (2000), p. 314 en 324. Zie hierover al eerder W.J. Slagter (1984), p. 41-43; Witteveen (1993), p. 92 en Rood (1996), p. 228-229.
Van Cruchten en Kuijpers (2007), p. 7.
De ambtenarenbonden nemen hierbij een belangrijk deel van de organisatiegraad voor hun rekening. Kijkt men alleen naar de commerciële bedrijfssectoren dan daalt de organisatiegraad ruim onder de 20%. Zie Van der Heijden (2004), p. 114.
Ter Steege, e.a. (2012), p. 10.
Zie CBS Nieuwsbericht ‘Meer vrouwen, minder mannen vakbondslid’ en CBS nieuwsbericht ‘Aantal vakbondsleden daalt, maar minder snel’, te raadplegen via: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/43/meer-vrouwen-minder-mannen-vakbondslid en https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/43/aantal-vakbondsleden-daalt-maar-minder-snel.
Een ander argument tegen toekenning van het enquêterecht aan de ondernemingsraad is dat het scheve verhoudingen kan veroorzaken in de relatie met de vakbonden.1 Volgens mij kan een eigen enquêtebevoegdheid van de ondernemingsraad juist een oplossing bieden voor die gevallen waarin de vakbonden de bevoegdheid missen om een enquête te verzoeken. De vakbonden hebben niet altijd de mogelijk om het enquêterecht in te zetten vanwege het feit dat zij vaak weinig of geen leden binnen de onderneming hebben.2 Een belangrijke overweging die speelt bij de keuze om het enquêterecht te gebruiken, is of er voldoende leden binnen de onderneming aanwezig zijn die het rechtvaardigen om de schaarse vakbondsmiddelen en -tijd in te zetten. Vakbonden lijken niet snel geneigd te zijn een enquêteprocedure te entameren tegen een vennootschap waarin zij weinig leden hebben. In het geval van ABN AMRO was de organisatiegraad onder de werknemers voor FNV Bondgenoten een van de redenen om zich niet te voegen in de uitspraak van de OK inzake de verkoop van LaSalle Bank.3 De keuze van vakbonden om van het enquêterecht gebruik te maken is derhalve niet altijd gebaseerd op inhoudelijke argumenten, maar op praktische redenen. Dit kan tot gevolg hebben dat het enquêtemiddel niet wordt ingezet in situaties waarin dat wel mogelijk of gewenst zou zijn.4 Voorstanders betogen dan ook dat het door de afnemende organisatiegraad van werknemers niet langer van deze tijd is dat binnen een onderneming waarin geen vakbondsleden werkzaam zijn, voor werknemers geen mogelijkheid bestaat om een enquête aanhangig te maken.5 In de periode van 1950 tot 1980 lag de organisatiegraad van werknemers bij een vakbond boven de 35%.6 In 1995 was nog 28% van de werknemers georganiseerd en in 2004 nog maar 24%.7 Eind 2012 bedraagt de organisatiegraad nog slechts 20%.8 Uit berichtgeving van het CBS anno 2017 blijkt dat het aantal mensen dat is aangesloten bij een vakbond nog steeds daalt. Eind maart 2017 is nog ongeveer 10% aangesloten bij een vakbond.9