Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/6.2.2
6.2.2 Situaties waarin op grond van afdeling 3.5.1A Wft instemming van DNB vereist is
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949765:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 1:1 Wft definieert een “aangewezen staat” als “een staat die op grond van deze wet is aangewezen als staat waar toezicht wordt uitgeoefend op afwikkelondernemingen, beleggingsinstellingen, clearinginstellingen, natura-uitvaartverzekeraars onderscheidenlijk wisselinstellingen dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen”. Silverentand en Van der Eerden 2018, par. 3.4.5, p. 120 vermelden dat er op het moment van schrijven van hun boek nog geen aanwijzingsbesluit was genomen om staten aan te wijzen waarin het toezicht op verzekeraars met beperkte risico-omvang van voldoende kwaliteit wordt geacht. De Jong, in: T&C Verzekeringsrecht, art. 2:54 Wft, aant. 2 (bijgewerkt tot 1 januari 2023) merkt op dat er op dat moment geen staten aangewezen zijn als staat waar adequaat toezicht wordt uitgeoefend op verzekeraars met beperkte risico-omvang. Het Besluit aangewezen staten Wft is op dit punt sindsdien niet gewijzigd. Ik veronderstel dat in de definitie van “aangewezen staat” gelet op de wettekst van art. 3:130-3:131b Wft eigenlijk gesproken zou moeten worden over “verzekeraars van beperkte risico-omvang” in plaats van “natura-uitvaartverzekeraars”.
Silverentand en Van der Eerden 2018, par. 1.7.4, p. 19-20.
Silverentand en Van der Eerden 2018, par. 1.7.4, p. 19.
In hoofdstuk 6.8 van dit onderzoek ga ik in op de eventuele samenwerking van DNB met toezichthouders van andere lidstaten. Ik bespreek daar ook dat met betrekking tot een portefeuilleoverdracht mogelijk bepalingen van ‘algemeen belang’ in het toezichtrecht van andere lidstaten van toepassing kunnen zijn.
In hoofdstuk 6.8 ga ik verder in op de samenwerking tussen de toezichthouders van lidstaten. Daar licht ik ook toe dat de situatie dat de toezichthouder van de lidstaat van herkomst van de overdragende verzekeraar DNB alleen om advies vraagt, en niet om instemming, in de praktijk waarschijnlijk niet voorkomt.
Art. 2:34 lid 2 Wft: “De Nederlandsche Bank kan binnen twee maanden na ontvangst van de mededeling die betrekking heeft op het voornemen tot het uitoefenen van het bedrijf van vanuit een bijkantoor, de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat mededelen welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de levensverzekeraar of schadeverzekeraar in acht moeten worden genomen bij het uitoefenen van zijn bedrijf in Nederland. De Nederlandsche Bank zendt hiervan een afschrift aan de levensverzekeraar of schadeverzekeraar.”
Zie over bepalingen van ‘algemeen belang’ in het toezichtrecht Boshuizen en Jager, p. 125-127 en Silverentand en Van der Eerden 2018, p. 119-120. Een lijst met ‘Bepalingen van algemeen belang voor levens- en schadeverzekeraars met zetel in een ander EER-land die voornemens zijn hun bedrijf in Nederland uit te oefenen’ is gepubliceerd op https://www.dnb.nl/voor-de-sector/open-boek-toezicht-sectoren/verzekeraars/markttoegang-verzekeraars/bepalingen-van-algemeen-belang-voor-verzekeraars.
Deze artikelen hebben geen betrekking op verzekeraars met beperkte risico-omvang.
Afdeling 3.5.1A Wft regelt wanneer in geval van de overdracht en overgang van verzekeringsportefeuilles instemming van DNB vereist is. De regeling is opgedeeld in vier onderdelen, namelijk bepalingen over verzekeraars met zetel in Nederland (art. 3:112-3:121 Wft), over levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een andere lidstaat1 (art. 3:122-3:125 Wft), over levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is (art. 3:126-3:129 Wft), en ten slotte over verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat2 (art. 3:130-3:131b Wft). Hierna heb ik dit in schema’s weergegeven. Na de schema’s licht ik deze toe.
Voor wat betreft een levensverzekeraar gaat het om de volgende situaties:
Wft
Zetel overdragende verzekeraar
Gesloten vanuit
Overnemende verzekeraar
Bedrijfsuitoefening vanuit
Art. 3:112 lid 1a
Nederland
Een vestiging in een lidstaat (dus: vanuit de zetel in Nederland of een bijkantoor in een andere lidstaat)3
Zetel in lidstaat
Vestiging in lidstaat
Art. 3:112 lid 1b
Nederland
Nederland
Zetel in een staat die geen lidstaat is
Bijkantoor in Nederland
Art. 3:112 lid 1c
Nederland
Bijkantoor in andere lidstaat
Zetel in een staat die geen lidstaat is
Bijkantoor in lidstaat
Art. 3:122 lid 1: instemming van DNB is vereist indien wetgeving van lidstaat herkomst verzekeraar niet voorziet in een instemmingsprocedure
Een andere lidstaat
Bijkantoor in Nederland
Zetel in een staat die geen lidstaat is
Bijkantoor in Nederland
Art. 3:123-125: overdracht met instemming van de toezichthouder van de lidstaat van de verzekeraar, waarvoor die toezichthouder instemming van DNB vraagt
Een andere lidstaat
Art. 3:126 juncto art. 3:128
Levensverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, in een staat die geen lidstaat is
Art. 3:130
Levensverzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat
Bijkantoor in Nederland
Vestiging in Nederland
Voor wat betreft natura-uitvaartverzekeringen gaat het om de volgende situaties:
Wft
Zetel overdragende verzekeraar
Gesloten vanuit
Overnemende verzekeraar
Bedrijfsuitoefening vanuit
Art. 3:113 lid 1a
Natura-uitvaartverzekeraar Nederland
Nederland
Vestiging in Nederland
Vestiging in Nederland
Art. 3:113 lid 1b
Natura-uitvaartverzekeraar Nederland
Bijkantoor buiten Nederland
Vestiging in Nederland
Art. 3:113 lid 2a
Levensverzekeraar Nederland
Nederland
Natura-uitvaartverzekeraar met vestiging in Nederland
Vestiging in Nederland
Art. 3:113 lid 2b
Levensverzekeraar Nederland
Bijkantoor buiten Nederland
Natura-uitvaartverzekeraar
Vestiging in Nederland
Art. 3:131
Natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een niet aangewezen staat
Bijkantoor in Nederland
Vestiging in Nederland
Voor wat betreft een schadeverzekeraar gaat het om de volgende situaties:
Wft
Zetel overdragende verzekeraar
Gesloten vanuit
Overnemende verzekeraar
Bedrijfsuitoefening vanuit
Art. 3:114 lid 1a
Nederland
Een vestiging in een lidstaat (dus: vanuit de zetel in Nederland of een bijkantoor in een andere lidstaat)
Zetel in lidstaat
Vestiging in lidstaat
Art. 3:114 lid 1b
Nederland
Nederland
Zetel in een staat die geen lidstaat is
Bijkantoor in Nederland
Art. 3:114 lid 1c
Nederland
Bijkantoor in andere lidstaat
Zetel in een staat die geen lidstaat is
Bijkantoor in lidstaat
Art. 3:122 lid 2: instemming van DNB is vereist indien wetgeving van lidstaat herkomst verzekeraar niet voorziet in een instemmingsprocedure
Een andere lidstaat
Bijkantoor in Nederland
Zetel in een staat die geen lidstaat is
Bijkantoor in Nederland
Art. 3:123-125: overdracht met instemming van de toezichthouder van de lidstaat van de verzekeraar, waarvoor die toezichthouder instemming van DNB vraagt
Een andere lidstaat
Art. 3:127 juncto art. 3:128
Schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, in een staat die geen lidstaat is
Art. 3:131a
Schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat
Bijkantoor in Nederland
Vestiging in Nederland
Ter toelichting op deze schema’s het volgende.
In de Europese regelgeving voor verzekeraars geldt het single licence-beginsel. Een verzekeraar heeft slechts één vergunning nodig op grond waarvan hij in alle lidstaten verzekeringen mag sluiten. Dit wordt ook aangeduid als het Europees-paspoort systeem.4 Dit systeem is erop gebaseerd dat het financieel toezicht in alle lidstaten “moet voldoen aan bepaalde Europese normen en dat hierdoor de lidstaten erop kunnen vertrouwen dat het toezicht op vergunninghoudende financiële ondernemingen in andere lidstaten van adequaat niveau is. Dit vormt de basis voor wederzijdse erkenning van vergunningen.”5. Die financiële ondernemingen met zetel in een andere lidstaat kunnen in Nederland op twee manieren op basis van zo’n Europees paspoort werkzaam zijn: (1) via een bijkantoor in Nederland en (2) zonder bijkantoor, door middel van het verrichten van diensten.
Dit single licence-beginsel gaat gepaard met het home country control beginsel. Dat betekent dat het niet aan DNB is om toezicht te houden op een bijkantoor in Nederland van een verzekeraar in een andere lidstaat (en ook niet op het sluiten van verzekeringen door die verzekeraar door middel van cross border dienstverlening naar Nederland). De toezichthouder in de lidstaat waar deze verzekeraar zijn zetel heeft, houdt toezicht op deze verzekeraar en de regelgeving in het desbetreffende land is toepasselijk.
Deze beginselen impliceren dat DNB de verantwoordelijke toezichthouder is in het geval van het overdragen van verzekeringen door een verzekeraar met zetel in Nederland, ook als deze verzekeringen zijn gesloten vanuit een vestiging in een andere lidstaat.6 Dit toezicht wordt geregeld in art. 3:112-3:121 Wft.
Deze beginselen impliceren ook dat in het geval van het overdragen van verzekeringen gesloten vanuit een bijkantoor in Nederland of door middel van cross border dienstverlening naar Nederland, door levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een andere lidstaat, de toezichthouder van de andere lidstaat (dan Nederland) de verantwoordelijke toezichthouder is. Vandaar dat er geen Wft-artikelen zijn op grond waarvan een overdragende verzekeraar met een zetel in een andere lidstaat dan Nederland en een bijkantoor in Nederland rechten en verplichtingen uit verzekeringen kan overdragen met instemming van DNB. Alleen indien de wetgeving van de lidstaat van herkomst van de overdragende verzekeraar (niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang) niet voorziet in een instemmingsprocedure, terwijl het een overdracht betreft aan een verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, is DNB de verantwoordelijke toezichthouder. Dit is geregeld in art. 3:122-3:122a Wft.
Overigens zal de toezichthouder van die andere lidstaat DNB wel om instemming of advies vragen.7 De nationale wetgevers van de lidstaten hebben immers art. 39 Solvency II richtlijn in hun wetgeving moeten implementeren.8 Daarin is de rolverdeling geregeld tussen de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de overdragende verzekeringsonderneming en andere toezichthoudende autoriteiten. Daarenboven heeft DNB art. 3:122-3:125 Wft aangemerkt als bepalingen van ‘algemeen belang’ in de zin van art. 2:34 lid 2 Wft.9 Levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, die voornemens zijn hun bedrijf in Nederland uit te oefenen, moeten zich aan deze bepalingen houden.10Art. 3:123-3:125 Wft bevatten bepalingen over de overdracht met instemming van de toezichthouder van de lidstaat van herkomst van de overdragende verzekeraar, waarvoor die toezichthouder om instemming of advies van DNB vraagt, en publicatieverplichtingen van de verzekeraar in Nederland.
In het geval van overdracht van verzekeringen door levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een staat die géén lidstaat is, gelden het single licence-beginsel en het home country control beginsel uiteraard niet. Art. 3:126-3:129 Wft regelen in welke situaties een dergelijke overdracht met instemming van DNB kan plaatsvinden.11
In de parlementaire geschiedenis van de Wft12 kwam de vraag aan de orde of er nog andere gevallen denkbaar zijn dan geregeld in de Wft waarin een verzekeraar met zetel in Nederland rechten en verplichtingen uit verzekeringen overdraagt, maar waarin de wet niet voorziet en waarom de wet dan niet in een regeling voorziet. Er is geen regeling gegeven voor alle denkbare gevallen. Dat werd als volgt toegelicht:
“De Nederlandse regelgeving kan immers geen regeling geven voor een portefeuilleoverdracht die geheel in de rechtssfeer ligt van een staat die geen lidstaat is en die bijvoorbeeld in strijd is met het recht van dat land of een mogelijkheid biedt (zoals een portefeuilleoverdracht zonder toestemming van polishouders) die het recht van dat land niet kent. Dus als een verzekeraar met een zetel in Nederland een portefeuilleoverdracht van zijn bijkantoor wil doen aan een vestiging aldaar van een andere verzekeraar dan zullen de vereisten omschreven in het recht van die staat moeten worden gevolgd.’’.