Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/5.1.4
5.1.4 Vervallen gelijksoortige geheimhoudingsbepalingen
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285344:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
MvT, Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 3, blz. 56.
MvA, Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 5, blz. 4. Happé e.a. schrijven dat het zou gaan om meer dan veertig wetten (Happé e.a. 2017, blz. 25).
MvA, Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 5, blz. 44.
Advies RvS en NR, Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. B, blz. 25-26.
Wet van 4 juni 1992 houdende aanpassing van een aantal wetten aan de eerste tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet Awb), Kamerstukken II 1990/91, 22 061, Stb. 1992, 422. Het betroffen hier 91 geheimhoudingsbepalingen (90 bij het wetsvoorstel en 1 bij nota van wijziging).
Wet van 4 juni 1992 houdende aanpassing van een aantal wetten aan de eerste tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassing Awb II), Kamerstukken II 1991/92, 22 320, Stb. 1992, 423. Het betroffen hier 13 geheimhoudingsbepalingen.
Wet van 23 december 1993 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht alsmede nadere aanpassing van een aantal wetten aan de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassing Awb III), Kamerstukken II 1992/93, 23 258, Stb. 1993, 690. Het betroffen hier 22 geheimhoudingsbepalingen (20 bij het wetsvoorstel (inclusief de Grondwaterwet), 1 bij de eerste nota van wijziging en 1 bij de tweede nota van wijziging).
Wet van 16 december 1993 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet op de Raad van State, de Beroepswet, de Ambtenarenwet 1929 en andere wetten, alsmede de intrekking van de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie), Kamerstukken II 1991/92, 22 495, Stb. 1993, 650. Het betroffen hier 3 geheimhoudingsbepalingen (art. 31, Pensioen– en Spaarfondsenwet, art. 23 Wet op de Pensioenkamer en art. 28 Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling).
MvT, Kamerstukken II 1990/91, 22 061, nr. 3, blz. 15.
Met de totstandkoming van de Awb zouden volgens de memorie van toelichting vele gelijksoortige geheimhoudingsbepalingen in specifieke wetten kunnen komen te vervallen.1 Het zou gaan om circa honderd bepalingen.2 In de memorie van antwoord werd nogmaals expliciet opgemerkt dat gestreefd werd om specifieke geheimhoudingsbepalingen zoveel mogelijk te laten vervallen ten gunste van de algemene geheimhoudingsbepaling in art. 2:5 Awb, maar dat dit niet overal mogelijk zou zijn.3 Hoewel de Raad van State4 in zijn advies aan de regering stelde dat de conclusie van de regering – dat veel geheimhoudingsbepalingen zouden kunnen komen te vervallen – nogal voorbarig leek, werden in de Aanpassingswet Awb,5 de Aanpassingswet Awb II,6 de Aanpassingswet Awb III7 en de Wet voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie8 in totaal 129 geheimhoudingsbepalingen geschrapt. Voor alle duidelijkheid is hierbij opgemerkt dat het laten vervallen van deze specifieke geheimhoudingsbepalingen geen gevolgen heeft voor de vertrouwelijkheid van de gegevens waarop reeds een geheimhoudingsplicht rustte.9