Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.3.4.1:2.3.4.1 Bepaalde misdrijven zijn klachtdelicten
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.3.4.1
2.3.4.1 Bepaalde misdrijven zijn klachtdelicten
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859117:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om te komen tot een veroordeling is nog van belang dat meerdere misdrijven die vallen onder deze onwaardigheidsgrond klachtdelicten zijn. Zo zijn diefstal, afpersing en oplichting zogeheten ‘relatieve klachtdelicten’. Dat houdt in dat afhankelijk van de relatie tussen de verdachte en het slachtoffer een klacht soms een vervolgingsvoorwaarde is.1 Bijvoorbeeld als de dader een (klein)kind is van het slachtoffer.
Afdreiging is een vreemde eend in de bijt van de klachtdelicten. Voor de vervolging hiervan is altijd een klacht vereist. Het is daardoor een absoluut klachtdelict. Daarnaast is het ook een relatief klachtdelict. Dat brengt mee dat afhankelijk van de relatie tussen de verdachte en het slachtoffer vereist is dat het slachtoffer in de klacht tot uitdrukking brengt dat hij niet alleen vervolging van het delict wenst, maar ook de vervolging van de dader in kwestie.2
Klaagt de erflater3 in deze gevallen niet en kan het bestaan van een klacht ook niet alsnog worden aangenomen op het onderzoek ter terechtzitting, doordat daar komt vast te staan dat de klager ten tijde van het opmaken van de aangifte de bedoeling had dat vervolging zou worden ingesteld,4 dan is het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zijn vervolging. De rechter kan dan niet tot een veroordeling komen met als gevolg dat onwaardigheid buiten beeld blijft. Het indienen van een klacht is bovendien aan termijnen gebonden. Wordt niet tijdig geklaagd, dan heeft dat dezelfde gevolgtrekking als wanneer geen klacht is ingediend.
Is de klager overleden zonder dat de klachttermijn is verstreken, dan geeft de wet aan wie namens de erflater de klacht kan indienen, tenzij blijkt dat de erflater de vervolging niet heeft gewild (art. 65 lid 2 Sr). Indien er indicaties zijn dat de erflater de vervolging mogelijk niet heeft gewild, dan dient hieraan naar mijn mening bijzondere aandacht te worden geschonken. Degenen die in plaats van de erflater de klacht indienen, kunnen een belang hebben bij de veroordeling.
Bij het niet indienen van een klacht wordt een verschil zichtbaar met vergeving. Heeft de erflater bij vergeving een instrument in handen om de onwaardigheid te laten vervallen, door het niet indienen van een klacht kan hij vooraf invloed uitoefenen, omdat daarmee onwaardigheid wordt voorkomen.5