Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/5.1.2:5.1.2 Dekkingsbereik
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/5.1.2
5.1.2 Dekkingsbereik
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85629:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Door de woordkeuze in de richtlijn is er voor de lidstaten vrijheid om naar eigen inzicht invulling te geven aan de inhoud, vorm en aard van de door de moederonderneming te geven verklaring. Wel moeten in elk geval de door de dochteronderneming aangegane verplichtingen binnen het bereik van die verklaring vallen. Uitgaande van een per jaar te stellen garantie is op grond van de tekst er ruimte voor een uitleg dat de garantie in elk geval moet dekken:
de verplichtingen die door de dochteronderneming tijdens het vrij te stellen/vrijgestelde jaar zijn aangegaan;
de verplichtingen die door de dochteronderneming zijn aangegaan tot en met de balansdatum van het jaar dat volgt op het vrij te stellen/vrijgestelde jaar;
de verplichtingen die door de dochteronderneming zijn aangegaan tot en met het tijdstip dat anders uiterlijk de jaarrekening openbaar had moeten worden gemaakt.
De eerste uitleg is begrijpelijk vanuit de gedachte dat de garantie in de plaats treedt van de jaarrekening en zodoende een waarborg vormt voor hen die met de dochteronderneming zaken tijdens het vrijgesteld boekjaar doen. Zij miskent evenwel degenen die in het jaar daarop ook zaken (willen) doen met de dochteronderneming. Daaraan komen de tweede en de derde uitleg tegemoet. Beide interpretaties komen in de richtlijn op hetzelfde neer omdat de uiterste openbaarmakingstermijn in de richtlijn twaalf maanden na afloop van het boekjaar is. Voor het jaar daarop geldt dan weer hetzij een nieuwe garantie hetzij een nieuw openbaar te maken jaarrekening. In het laatste geval wordt van de vrijstellingsregeling geen gebruik gemaakt. Indien er verplichtingen zijn die onder de garantie niet zijn afgewikkeld, blijft de garantie in tact voor het niet- afgewikkelde deel. Van een opheffing daarvan is in de richtlijn geen sprake.
Als uitgegaan wordt van een garantie voor aaneensluitende jaren zal tevens voorzien moeten zijn in een einddatumregeling in de situatie dat niet langer van de vrijstelling gebruik wordt gemaakt. Passend is dan dat de garantie blijft gelden voor verplichtingen die door de dochteronderneming zijn aangegaan tot een jaar nadat het gebruik van de vrijstelling is beëindigd. De alsdan niet- afgewikkelde verplichtingen blijven gegarandeerd. Van een opheffing daarvan is in de richtlijn geen sprake.
Of nu van een telkenjare te stellen garantie wordt uitgegaan dan wel van een garantie voor aaneensluitende boekjaren, wel geldt dat als de jaarrekening over het boekjaar dat volgt op het laatst vrijgestelde boekjaar, openbaar wordt, een groot deel van het boekjaar na dat boekjaar al is verstreken waardoor degenen die zaken doen met deze dochteronderneming zolang die openbaarmaking niet heeft plaatsgevonden van adequate financiële informatie over de dochteronderneming verstoken blijven. Daarom zou naar mijn mening onder het dekkingsbereik van de garantie ook moeten worden begrepen de verplichtingen die door een dochteronderneming worden aangegaan tot het tijdstip dat de eerstvolgende jaarrekening openbaar wordt gemaakt dan wel gemaakt zou moeten worden. Het eerste (‘wordt gemaakt’) geldt als voor dat jaar geen gebruik wordt gemaakt van de vrijstellingsregeling, het laatste (‘gemaakt zou moeten worden’) geldt in de situatie dat ook voor dat jaar toch weer van de vrijstellingsregeling gebruik zou worden gemaakt. In het laatste geval loopt de garantstelling feitelijk door, omdat de garantstelling hetzij een aansluitend karakter heeft totdat voor het eerst weer een jaarrekening over een komend boekjaar openbaar wordt, hetzij opnieuw plaatsvindt voor alle op het genoemde moment niet definitief afgewikkelde aangegane verplichtingen en de nadien aangegane verplichtingen. Hierdoor wordt bereikt dat als voor een boekjaar geen gebruik wordt gemaakt van de vrijstellingsregeling, de garantstelling doorloopt voor alle verplichtingen die zijn aangegaan totdat de jaarrekening over dat boekjaar openbaar wordt, voor zover zij niet definitief zijn afgewikkeld. Dit brengt mee dat als de jaarrekening weer openbaar wordt, de garantverklaring voor de op dat moment niet-afgewikkelde verplichtingen blijft doorlopen tot zij zijn afgewikkeld.