Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/4.3.1:4.3.1 Inleiding
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/4.3.1
4.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS447319:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het liquidatie-akkoord wordt erkend in art. 50 Fw1:
"Beëindiging van het faillissement door homologatie van een akkoord doet de rechtsvorderingen in het vorige artikel bedoeld vervallen, tenzij het akkoord boedelafstand inhoudt, in welk geval zij ten behoeve van de schuldeischers vervolgd of ingesteld kunnen worden door de vereffenaars."
Met het begrip liquidatie-akkoord wordt gelijkgesteld de boedelafstand. Verder dan erkenning van de mogelijkheid van een liquidatie-akkoord gaat de wet niet. Net zoals bij een percentage-akkoord geeft de wet geen nadere regels over de vorm en inhoud ervan. In een arrest uit 1920 definieert de Hoge Raad een liquidatie-akkoord als volgt:
"een liquidatie-akkoord heeft de strekking, dat de schuldenaar zijn boedel geheel of gedeeltelijk ter beschikking van zijner crediteuren stelt om door de aangewezen vereffenaar te worden afgewikkeld en om de opbrengst onder hen te verdelen, welke door de wet erkende rechtshandeling, tot stand gekomen met medewerking van de rechter, tegenover ieder werkt."2
Bij een liquidatie-akkoord wordt de gerechtelijke vereffening van de boedel (geheel of gedeeltelijk) vervangen door een buitengerechtelijke, contractuele vereffening ten behoeve van de concurrente schuldeisers. De wijze waarop de boedel wordt vereffend, wordt derhalve beheerst door de inhoud van het akkoord. Dit is voor de wetgever de reden geweest geen nadere bepalingen over het liquidatie-akkoord in de wet op te nemen.3 De liquidatie van de afgestane boedel vindt plaats zonder tussenkomst van de Faillissementswet, waardoor de vereffening geen hinder heeft van de strakke dwingendrechtelijke regels van de Faillissementswet. Hiermee is tegelijkertijd de ratio van het liquidatie-akkoord gegeven.
In de paragrafen hierna zal een aantal vragen rondom het liquidatieakkoord nader worden onderzocht. In het bijzonder zal worden ingegaan op de vraag wat het doen van afstand van de boedel in art. 50 Fw rechtens betekent. Het antwoord op deze vraag zal bepalend zijn voor de vraag of bij een liquidatie-akkoord sprake is van een afgescheiden vermogen. Voorts zal de positie van de vereffenaar worden besproken. Daarbij zal aandacht worden besteed aan de wijze waarop de taken en bevoegdheden van de vereffenaar juridisch zouden kunnen worden ingekleed. In dat kader zal ook worden ingegaan op de privatieve last.