Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/4.2.1:4.2.1 De bewijsomvang: het materiële asielrecht
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/4.2.1
4.2.1 De bewijsomvang: het materiële asielrecht
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180352:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
‘Indien deze op het tijdstip van binnenkomst […] tot diens gezin [behoorden] en gelijktijdig met die vreemdeling Nederland zijn ingereisd dan wel zijn nagereisd binnen drie maanden nadat aan die vreemdeling de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd […] is verleend.’ Artikel 29 Vw 2000 noemt slechts een beperkt aantal gezinsleden dat voor een vergunning in aanmerking komt.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Nederlandse asielrecht, dat grotendeels is gebaseerd op internationale verplichtingen, is neergelegd wie in Nederland in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op asielgronden. De bewijsomvang wordt bepaald door deze gronden. Hierin is bepaald welke rechtsfeiten aanwezig moeten zijn. De aanwezigheid van rechtsfeiten kan alleen worden aangetoond door het bewijzen van concrete ‘blote’ feiten. De asielgronden waaraan in Nederland een verblijfsrecht kan worden ontleend, zijn limitatief opgesomd in de Vreemdelingenwet 2000. In artikel 29, eerste lid Vw 2000 is bepaald dat een verblijfsvergunning kan worden verleend aan de vreemdeling:
die verdragsvluchteling is, of
die aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade. Ernstige schade kan bestaan uit:
doodstraf of executie;
foltering, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen, of
ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
Het gebruik van de term kan wekt de indruk dat de wetgever het bestuur hier beleidsvrijheid heeft toegekend om een belangenafweging te maken, nadat is vastgesteld dat een vreemdeling aan de voorwaarden voor vergunningverlening voldoet. In artikel 3.105c Vb is echter bepaald dat deze vergunning alleen mag worden geweigerd indien er gegronde redenen zijn de vreemdeling te beschouwen als een gevaar voor de nationale veiligheid of indien hij is veroordeeld voor een ernstig misdrijf en een bijzonder ernstig gevaar betekent voor de openbare orde. Van beleidsvrijheid is dus geen sprake.
Op grond van artikel 29, tweede lid Vw 2000 kan aan bepaalde gezinsleden van de vreemdeling die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op asielgronden, een afgeleide verblijfsvergunning worden verleend.1 Naast deze asielgronden worden in de Nederlandse asielprocedure een aantal regulier gronden en gronden van humanitaire aard ambtshalve mee getoetst. Deze gronden zullen in dit hoofdstuk buiten beschouwing blijven. Ik zal mij in dit deel beperken tot de hierboven geciteerde a- en b-grond van artikel 29 Vw 2000. Het vluchtelingschap zal ik vanaf nu aanduiden als de a-grond en subsidiaire bescherming als de b-grond.
4.2.1.1 Vluchtelingschap: de a-grond4.2.1.2 Subsidiaire bescherming: de b-grond