Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/2.2.11.1
2.2.11.1 Inleiding
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949768:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Besluit van 10 juli 2015 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet implementatie Omnibus II-richtlijn, de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II, artikel IV van de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I en het Implementatiebesluit richtlijn en verordening solvabiliteit II (Staatsblad 2015, 309).
Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking) (PbEU 2009, L 335).
Richtlijn 2014/51/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2009/138/EG, alsmede de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft (PbEU 2014, L153).
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2015, L12).
Wet van 13 december 2012 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en het Burgerlijk Wetboek ter implementatie van de richtlijn solvabiliteit II en invoering van een daarop gebaseerd regime voor bepaalde kleinere verzekeraars (Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II) (Staatsblad 2012, 679).
Wet van 24 juni 2015 tot wijziging van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II en de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I ter implementatie van de richtlijn 2014/51/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EU en 2009/138/EG alsmede de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft (PbEU 2014, L 153) (Wet implementatie Omnibus II-richtlijn) (Staatsblad 2015, 278).
Kamerstukken II 2011/12, 33273, nr. 3, p. 25: “Materieel betekent dit overigens geen wijziging.”
Zie met betrekking tot deze wijziging per 1 januari 2016 hoofdstuk 5.2 van dit onderzoek.
Aanhangsel Handelingen II 2019/20, nr. 803.
Per 1 januari 2016 is in Nederland het Solvency II regime van kracht geworden. Per die datum1 werd de ‘Solvency II richtlijn’2 in de Wft (en ook in lagere regelgeving) geïmplementeerd. De Solvency II richtlijn zelf werd al in 2009 aangenomen. De richtlijn werd nadien enkele malen gewijzigd. De meest omvangrijke wijziging werd in 2014 doorgevoerd door de Richtlijn Omnibus II.3 De hiervoor besproken levenrichtlijn en schaderichtlijn (zoals van tijd tot tijd gewijzigd) en de Richtlijn Herverzekering (2005/68/EG) werden opgenomen in de Solvency II richtlijn.4
Art. 39 en (met betrekking tot binnen de gemeenschap gevestigde bijkantoren van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen waarvan het hoofdkantoor buiten de gemeenschap is gevestigd) art. 164 van de richtlijn regelen de portefeuilleoverdracht. Art. 39 van de Solvency II richtlijn luidt als volgt:
“1. De lidstaten verlenen, onder de in het nationale recht vastgestelde voorwaarden, verzekerings- en herverzekeringsondernemingen met hoofdkantoor op hun grondgebied toestemming om hun portefeuille, ongeacht of deze uit in het kader van het recht van vestiging dan wel in het kader van vrije dienstverrichting gesloten overeenkomsten bestaat, geheel of gedeeltelijk over te dragen aan een in de Gemeenschap gevestigde overnemende onderneming.
Zo’n overdracht mag alleen worden toegestaan indien de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de overnemende onderneming verklaren dat de overnemende onderneming, mede gelet op de overdracht, het vereiste in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste als bedoeld in artikel 100, eerste alinea, bezit.
2. Voor verzekeringsondernemingen zijn de leden 3 tot en met 6 van toepassing.
3. Wanneer een bijkantoor voornemens is zijn portefeuille geheel of gedeeltelijk over te dragen, wordt de lidstaat van dit bijkantoor geraadpleegd.
4. In de gevallen bedoeld in de leden 1 en 3 verlenen de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de overdragende verzekeringsonderneming toestemming voor de overdracht, nadat zij de instemming hebben verkregen van de autoriteiten van de lidstaten waar de overeenkomsten uit hoofde van het recht van vestiging of het vrij verrichten van diensten zijn gesloten.
5. De autoriteiten van de geraadpleegde lidstaten delen de autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de overdragende verzekeringsonderneming binnen drie maanden na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek hun advies of instemming mede.
Indien de geraadpleegde autoriteiten niet binnen deze termijn hebben gereageerd, geldt dat als stilzwijgende instemming.
6. De overeenkomstig de leden 1 tot en met 5 toegestane portefeuilleoverdracht wordt hetzij alvorens, hetzij nadat toestemming is verleend, bekendgemaakt, overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat van herkomst, de lidstaat van het risico of de lidstaat van de verbintenis.
Deze overdracht kan van rechtswege worden tegengeworpen aan de verzekeringnemers, aan de verzekerden en aan iedereen die uit de overgedragen overeenkomsten voortvloeiende rechten of plichten heeft.
De eerste twee alinea’s van dit lid doen geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om de verzekeringnemers de mogelijkheid te bieden de overeenkomst binnen een bepaalde termijn na de overdracht op te zeggen.”
Net als in de eerdere richtlijnen bevatten ook deze bepalingen geen concrete aanwijzingen over de processtappen die lidstaten in hun toezichtwetgeving moeten opnemen met betrekking tot portefeuilleoverdrachten. Deze artikelen regelen met name welke toezichthoudende autoriteit “in de lead” is.5 Ook deze richtlijn leidde dus niet tot harmonisatie van de in de lidstaten toegepaste vormvoorschriften.
De Solvency II richtlijn werd onder andere ingevuld door nadere regelgeving die is vastgesteld door de Europese Commissie, waaronder de ‘Solvency II verordening’.6 De verordening bevat geen bepalingen over portefeuilleoverdracht.
De implementatie van het Solvency II regime vond in Nederland onder meer plaats door de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II7 (zie Kamerstukken 33273) en de Wet implementatie Omnibus II-richtlijn8 (zie Kamerstukken 34100). Dit leidde per 1 januari 2016 tot de volgende wijzigingen in de regeling van de portefeuilleoverdracht:
aanpassingen door de introductie van de verzekeraar met beperkte risico-omvang (zie hierna);
enkele terminologische aanpassingen in verband met de wijziging van de definitie van bijkantoor;9 en
de overgang van rechten en verplichtingen uit herverzekering bij een juridische fusie en een juridische splitsing werd alsnog gelijkgesteld met de overdracht van deze rechten en verplichtingen (art. 3:115 Wft).10
Hierna zal ik nader ingaan op de eerste wijziging. In de antwoorden op de vragen van het lid van de Tweede Kamer de heer Nijboer over de rechten van consumenten bij fusies en overnames in de financiële sector11 gaf Minister van Financiën Hoekstra aan dat de regels in de Wft met betrekking tot portefeuilleoverdracht door verzekeraars verschillen al naar gelang het type verzekeraar, diens omvang en de plaats van diens zetel. Bij “diens omvang” staat dan een voetnoot met de woorden: “Zo is het relevant of het gaat om een levens- of schadeverzekeraar die binnen de reikwijdte van richtlijn 2009/138/EG (Solvabiliteit II) valt, of dat het een levens- of schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang betreft.” Ik licht hierna toe wat met deze voetnoot wordt bedoeld.