Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer
Einde inhoudsopgave
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.1.8:A.1.8 Commissie/Denemarken
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.1.8
A.1.8 Commissie/Denemarken
Documentgegevens:
Dr. E.A.P. Schouten, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
Dr. E.A.P. Schouten
- JCDI
JCDI:ADS634865:1
- Vakgebied(en)
Pensioenen (V)
Belastingrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG, PbEU, L 64/1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Denemarken kende een regeling inzake levensverzekeringen en ouderdomspensioenen waarbij het recht op aftrek van en het recht op vrijstelling voor premiebetalingen alleen worden toegekend voor overeenkomsten die met in Denemarken gevestigde pensioeninstellingen zijn afgesloten. Een dergelijk belastingvoordeel wordt niet toegekend voor overeenkomsten die met in andere lidstaten gevestigde pensioeninstellingen zijn afgesloten.
Denemarken erkende de belemmeringen, maar deed een beroep op de doeltreffendheid van fiscale controle op de juistheid van de premieaftrek en de noodzaak van fiscale coherentie. Als derde rechtvaardigingsgrond werd het voorkomen van het gevaar voor belastingvlucht aangevoerd. Alle rechtvaardigingsgronden worden verworpen door het HvJ. Wat betreft de eerste grond kan met name worden gewezen op de Inlichtingenrichtlijn1 en de mogelijkheid inlichtingen te vragen van belastingplichtigen zelf. Wat betreft de tweede grond merkt het HvJ op dat de factor die afbreuk doet aan de samenhang van het belastingstelsel is gelegen in de omstandigheid dat betrokkene zijn woonplaats verlegt tussen het tijdstip van de premiebetaling voor een pensioenregeling en het tijdstip waarop de overeenkomstige uitkeringen worden betaald, en niet zozeer in het feit dat de pensioeninstelling in een andere lidstaat is gevestigd. Fiscale coherentie wordt in deze situatie gewaarborgd door toepasselijke belastingverdragen. Ook de voorkoming van belastingvlucht als rechtvaardigingsgrond wordt niet gehonoreerd. Het HvJ is van oordeel dat de enkele omstandigheid dat een belastingplichtige bijdragen betaalt voor een pensioenregeling die hij heeft afgesloten met een buiten Denemarken gevestigde instelling geen grond kan opleveren voor een algemeen vermoeden van belastingvlucht. Denemarken verliest de procedure tegen de Commissie en moet de nationale regelgeving aanpassen.