Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/605
Herziening. Belaging, art. 285b lid 1 Sr. Aangevoerd wordt dat politierechter minder zware strafbepaling zou hebben toegepast, als hij bekend was geweest met omstandigheid dat klachten van aanvrager tegen reclassering en medewerkster van maatschappelijk werk gegrond zijn bevonden. Art. 457 lid 1 sub c Sv. In aanvraag wordt echter miskend dat onder ‘minder zware strafbepaling’ a.b.i. art. 457 lid 1 sub c Sv moet worden verstaan strafbepaling met minder zware strafbedreiging. Oplegging door rechter van andere (minder zware) sanctie of achterwege laten van oplegging van sanctie valt daar niet onder. Afwijzing aanvraag.
HR 04-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:802
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 juni 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, Y. Buruma, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/01149 H
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:802, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑06‑2024
Essentie
Herziening. Belaging, art. 285b lid 1 Sr. Aangevoerd wordt dat politierechter minder zware strafbepaling zou hebben toegepast, als hij bekend was geweest met omstandigheid dat klachten van aanvrager tegen reclassering en medewerkster van maatschappelijk werk gegrond zijn bevonden. Art. 457 lid 1 sub c Sv. In aanvraag wordt echter miskend dat onder ‘minder zware strafbepaling’ a.b.i. art. 457 lid 1 sub c Sv moet worden verstaan strafbepaling met minder zware strafbedreiging. Oplegging door rechter van andere (minder zware) sanctie of achterwege laten van oplegging van sanctie valt daar niet onder. Afwijzing aanvraag. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.