Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/2.1.1
2.1.1 Harmonisatie van vennootschapsrecht
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS435741:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Met het `Delaware-effect', wordt bedoeld het effect dat een soepele vennootschapswetgeving heeft op de keuze voor een staat van oprichting van een vennootschap. Eenvoudige oprichtingsvereisten en minimale aandeelhouders- en schuldeisetsbescherming gecombineerd met de vrijheid van vestiging van rechtspersonen binnen lidstaten kunnen leiden tot een toevlucht van oprichters van rechtspersonen tot de betreffende staat. Dit laatste zou kunnen leiden tot een strijd tussen de lidstaten om hun wetgeving te versoepelen en daarmee aantrekkelijk te worden als staat van oprichting. De staat Delaware in de Verenigde Staten bleek zo'n aantrekkelijke staat te zijn hetgeen leidde tot een groot aantal oprichtingen van rechtspersonen door oprichters afkomstig uit andere staten.
Oorspronkelijk art. 44 lid 2 sub g EG-Verdrag.
Schutte-Veenstra 2003.
Aldus art. 50 lid 1 VWEU.
Schutte-Veenstra 2003.
Richtlijn nr. 68/151/EEG, PbEU 1968 L 65/8.
Zie voor een verder overzicht Schutte-Veenstra 2003. Zie ook De Kluiver 2004,1 p. 3 met een onderscheid in materieel getinte en procedureel getinte richtlijnen.
Vrijheid van vestiging is een van de pijlers binnen de steeds verdergaande eenwording van Europa.
Grensoverschrijdend handelsverkeer is gebaat bij de bereidwilligheid van mensen en organisaties internationaal te opereren. Angst voor vreemde wettelijke systemen is daarbij een onwenselijke belemmerende factor. In dat kader wordt binnen de Europese Unie gestreefd naar harmonisatie van (vennootschaps)recht met het oogmerk:
het bevorderen van grensoverschrijdend verkeer;
voorkoming van het zogenaamde 'Delaware-effect';1 en
bescherming van schuldeisers in de verschillende lidstaten op een gelijkwaardig niveau te brengen.
Het behoeft geen nader betoog dat de bereidwilligheid om handelstransacties te verrichten met personen of instanties in andere landen zal toenemen naarmate de bekendheid met en de herkenbaarheid van het toepasselijke recht op de transactie, de wederpartij en de eigen positie van degene die de transactie aangaat groter is.
De grondslag voor harmonisatie van vennootschapsrecht is artikel 50 lid 2 sub g VWEU.2'3
Het artikel is onderdeel van hoofdstuk 2 van het verdrag dat handelt over het recht van vestiging. Teneinde de vrijheid van vestiging voor een bepaalde werkzaamheid te verwezenlijken beslist de Raad bij wege van richtlijnen.4 Harmonisatie door middel van richtlijnen is daarmee een belangrijk — zo niet hét — middel om barrières bij grensoverschrijdend verkeer weg te nemen.
Met het oog op het bereiken van geharmoniseerde regelgeving is gekozen voor de inhoudelijke harmonisatie van nationaal recht. De gedachte daarbij is dat bij gelijke interne regelingen de toegang tot andere markten wordt vereenvoudigd.5
De eerste richtlijn dateert uit 1968.6'7