E-arbitrage
Einde inhoudsopgave
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/2.17:2.17 Geringe vorderingen, eenvoudige procedures voor eenvoudige zaken
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/2.17
2.17 Geringe vorderingen, eenvoudige procedures voor eenvoudige zaken
Documentgegevens:
Mr. J.P. Fokker, datum 04-05-2009
- Datum
04-05-2009
- Auteur
Mr. J.P. Fokker
- JCDI
JCDI:ADS401448:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover mr. M. Freudenthal: 'Schets van het Europees civiel procesrecht', Kluwer Deventer 2007, hoofdstukken 8 en 9.
M.M. Freudenthal, Schets van het Europees civiel procesrecht, Kluwer, 2007, p. 220 e.v. voor deze en andere kritiek op het voorstel voor de Verordening.
Vgl. mr. S.G. Ellerbroek: Rampspoed en reparatie, Tijdschrift voor civiele rechtspleging 1994, 3, p. 62 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De gebrekkige toegang tot de rechter bij onbetwiste en geringe vorderingen wordt als een belangrijke hindernis voor een verdere ontwikkeling van de interne Europese markt gezien.
De Europese Commissie heeft daarom in 2002 een Groenboek inzake een Europees betalingsbevel en Europese 'small claims'-procedure gepubliceerd.1
Hoewel het gaat om twee verschillende procedures, een voor onbetwiste geldvorderingen en een voor betwiste geldvorderingen, werd gelijktijdig onderzoek gerechtvaardigd geacht, omdat bij harmonisatie of bij de invoering van een eenvormige Europese procedure op die gebieden dezelfde of elkaar overlappende vragen aan de orde komen. Er is daarna op 7 februari 2006 een Verordening voor een Europese betalingsbevelprocedure gepubliceerd, die op 2 januari 2007 in werking is getreden. De verordening is beperkt tot grensoverschrijdende zaken, op nationale zaken is de verordening niet van toepassing. Het is hier niet de plaats verder op de verordening in te gaan, volstaan wordt met de vermelding dat het verweerschrift (een standaardformulier) schriftelijk, of als het gerecht hiertoe de mogelijkheid biedt, elektronisch kan worden ingediend. Door op dit antwoordformulier aan te kruisen dat hij de vordering betwist en dit bij het gerecht in te dienen, eindigt de betalingsbevelprocedure en gaat deze over in een gewone procedure op tegenspraak.
Het Groenboek bevat ook een voorstel voor een procedure voor geringe vorderingen, die betwist worden. In het Groenboek wordt de noodzaak van een Europese verordening voor geringe vorderingen beklemtoond, omdat de problemen die doorgaans grensoverschrijdend procederen in de weg staan, nog bezwaarlijker worden als het om een geringe vordering gaat; de kosten kunnen dan de baten gemakkelijk overschrijden.
Op 15 maart 2005 is een voorstel voor een Verordening tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen ingediend, dat inmiddels al weer een paar keer is gewijzigd. Ook hier wordt volstaan met de opmerking dat in het voorstel de vordering door middel van een (standaard-)formulier met eventuele relevante (bewijs)stukken bij het bevoegde gerecht kan worden ingediend rechtstreeks of per post, fax of e-mail. Indien nodig verleent het gerecht de eiser en de schuldenaar bijstand bij het invullen van de standaardformulieren.
Freudenthal merkt terecht op dat, hoewel procesvertegenwoordiging niet vereist is, het voor een (consument) eiser zonder (rechts-)hulp welhaast onmogelijk is om vast te stellen welk gerecht bevoegd is, in het bijzonder als het gaat om grensoverschrijdende zaken. Zij acht het standaardformulier met betrekking tot het vaststellen van de bevoegdheid niet erg duidelijk.2
Zij, die deze mooie, idealistische, gedachten koesteren, zullen het in de dagelijkse procespraktijk vermoedelijk zwaar krijgen. Hier valt in herinnering te roepen het idee om in de Nederlandse kantonprocedure het aanhangig maken van een vordering mogelijk te maken door de eiser een eenvoudig invulformulier ter griffie te laten indienen. Een dagvaarding was in Utopia niet langer nodig!
In de praktijk kwam hier niets van terecht. Het op de juiste wijze aanduiden van de wederpartij en het duidelijk formuleren van een geschil bleek voor veel mensen onoverkomelijk moeilijk. Niet verwonderlijk, daarvoor bestaat nu juist rechtshulp.
Een onverwacht effect was nog dat grootgebruikers als postorderbedrijven en incassobureaus, die de wetgever nu niet speciaal als doelgroep voor ogen had gehad, het invulformulier als een interessante besparing op de kosten van dagvaarden verwelkomden en het formulier wel degelijk wisten in te vullen. Het initiatief is uiteindelijk een zachte dood gestorven.3