Startinformatie in het strafproces
Einde inhoudsopgave
Startinformatie in het strafproces 2014/4.5.2:4.5.2 Rechterlijke controle
Startinformatie in het strafproces 2014/4.5.2
4.5.2 Rechterlijke controle
Documentgegevens:
mr. dr. S. Brinkhoff, datum 29-09-2014
- Datum
29-09-2014
- Auteur
mr. dr. S. Brinkhoff
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit verband een artikel van mijn hand over MMA getiteld ‘Anoniem melden. Startinformatie voor een strafrechtelijk onderzoek?’, NJB 2008, p. 1224-1228.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Concrete externe strafvorderlijke controle krijgt op de tweede plaats vorm door rechterlijke controle. De jurisprudentie over het gebruik van anonieme meldingen van burgers, al dan niet bij de politie binnengekomen via MMA, als startinformatie spitst zich toe op de vraag of dergelijke informatie een verdenking van strafwaardig gedrag doet ontstaan.1 Uit de jurisprudentie over MMA is voorts nog een specifiek type verweer te destilleren: een verweer dat ziet op de onrechtmatigheid en oncontroleerbaarheid van MMA als opsporingsmethode. Hoewel de jurisprudentie over MMA en de andere anonieme meldingen aldus wel overeenkomsten vertoont, wordt deze afzonderlijk besproken. In relatie tot de rechterlijke controle op dit soort anonieme informatie worden voorts enige opmerkingen gemaakt over het eventuele gebruik van dergelijke informatie als bewijsmiddel. Ten slotte wordt ingegaan op het creëren van een voorafgaande rechterlijke toets in die gevallen waarin woningen worden betreden of doorzocht op basis van anonieme meldingen van burgers.
4.5.2.1 De verdenking op grond van anonieme meldingen4.5.2.2 De verdenking op grond van meldingen van MMA4.5.2.3 MMA als onrechtmatige en oncontroleerbare opsporingsmethode4.5.2.4 Anonieme meldingen: startinformatie of ook bewijsmiddel?4.5.2.5 Voorafgaande rechterlijke toets