Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/10.4.7
10.4.7 Moedervennootschap
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS302593:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Deze omstandigheid zal hier slechts kort worden toegelicht, omdat het (i) een zeer uitgebreid leerstuk betreft en (ii) hierover veel literatuur beschikbaar is. Zie in dit verband onder meer: Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2009, nr. 834-845; Bartman & Dorresteijn 2013, p. 289-330; Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 88; Lennarts 1999.
Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 88.
Zie in dit verband: Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2009, nr. 835; Bartman & Dorresteijn 2013, p. 295-302; Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 88; Lennarts 1999, p. 234-243; HR 13 oktober 2000, NJ 2000, 698 m.nt. Maeijer (Rainbow). Vereenzelviging is eigenlijk een onderdeel van de directe doorbraak van beperkte aansprakelijkheid.
Met directe doorbraak kan ook worden gedoeld op de voornoemde vereenzelviging (zie bijvoorbeeld Bartman & Dorresteijn 2013, p. 290), maar ik doel daarmee op de in de wet geregelde gevallen van doorbraak van aansprakelijkheid, ter onderscheiding van vereenzelviging (zie evenzo: Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2009, nr. 836). Zie over deze directe doorbraak: Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2009, nr. 836.
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2009, nr. 837-845; Bartman & Dorresteijn 2013, p. 303-321 en de daar aangehaalde jurisprudentie.
Zie voor de aansprakelijkheid van een aandeelhouder: hoofdstuk 7, paragraaf 7.6. en verder.
Er moet wel sprake zijn van inzicht en zeggenschap die zich uiten in een intensieve en indringende bemoeienis (HR 25 september 1981, NJ 1982, 443 m.nt. Maeijer (Osby); HR 19 februari 1988, NJ 1988, 487 m.nt. Van der Grinten (Albada Jelgersma II)).
Zie in dit verband: Bartman & Dorresteijn 2013, p. 303-321.
Daarbij moet wel worden opgemerkt dat het vennootschappelijk belang bij een vennootschap die onderdeel uitmaakt van een concern, in sterke mate wordt gekleurd door het belang van het concern (Bartman & Dorresteijn 2013, p. 26 e.v.). Zie in dit verband ook de uitspraak (in kort geding) van de rechtbank Arnhem, waar twee dochtervennootschappen zich trachten te verzetten tegen de gezamenlijke aansprakelijkheidstelling onder de kredietovereenkomst in het kader van een concernfinanciering. De rechtbank overwoog dat, omdat het voortbestaan van de dochtervennootschappen niet reëel werd bedreigd, zij gehouden waren de hoofdelijke aansprakelijkheid te accepteren (Rb. Arnhem 28 december 1987, KG 1988, 37).
Daarnaast kan worden gewezen op de situatie waarin een aandeelhouder tevens de moedervennootschap is.1 De vennootschap waarin de aandelen worden gehouden is in dat geval in de regel niet langer een zelfstandige vennootschap, maar zij maakt deel uit van een groep waarin de moeder de centrale leiding houdt.2 Is hiervan sprake, dan wordt in de jurisprudentie aangenomen dat de moedervennootschap onder omstandigheden aansprakelijk kan worden gehouden voor schulden van de dochter, waarmee de aansprakelijkheid wordt doorbroken. Dit kan op drie verschillende wijzen, namelijk vereenzelviging3 en directe doorbraak4 en indirecte doorbraak5 van de beperkte aansprakelijkheid.
Hoewel het niet expliciet uit de jurisprudentie voortvloeit, het betreft immers de aansprakelijkheid en niet de wijze van het uitoefenen van zeggenschapsrechten, volgt hieruit impliciet wel dat de aandeelhouder in verdergaande mate rekening dient te houden met het belang van de achterliggende vennootschap wanneer hij als moedervennootschap kan worden aangemerkt.6 De moedervennootschap heeft immers, onder omstandigheden,7 een zorgplicht (welke zich heeft ontwikkeld vanuit een zorgvuldigheidsplicht) jegens de dochter, waar de schuldeisers van de dochter zich op kunnen beroepen.8 Deze zorgplicht zou ook tot uiting moeten komen in de wijze waarop de moedervennootschap de bevoegdheden verbonden aan de aan haar toekomende aandelen dient uit te oefenen.9