Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/3.4.4
3.4.4 Meerdere op elkaar volgende gebeurtenissen
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284656:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Het casustype verschilt dus van de hypothetische veroorzaking. In die gevallen leidt de tweede gebeurtenis immers niet tot een andere toestand. Het probleem in die gevallen is juist dat dezelfde toestand ook door de hypothetische gebeurtenis zou zijn ontstaan.
Zie HR 4 maart 1966, ECLI:NL:HR:1966:AB6812, NJ 1966/268, m.n.t G.J. Scholten (Kaufzentrum Rings/X); Klaassen 2017, nr. 27.1; Asser/Sieburgh 6-II 2017, nr. 89 en Boonekamp 2018, art. 6:98 aant. 3.3.
HR 7 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2795, NJ 2002/576, m.nt. J.B.M. Vranken (Gemeente Leeuwarden/Los). Zie ook HR 23 december, ECLI:NL:HR:2011:BT7193, NJ 2012/377, m.nt. P. van Schilfgaarde (Palthe/DNB en AFM). In dit laatstgenoemde arrest maakt de Hoge Raad een nuancering die later nog aan de orde komt. Zie verder HR 2 februari 1990, ECLI:NL:HR:1990:AB7897, NJ 1991/292, m.nt. C.J.H. Brunner (Staat/Vermaat).
Klaassen 2017, nr. 27.2.
84. Weer een (op subtiel niveau) ander gevalstype is de situatie dat zich na elkaar twee gedragingen/gebeurtenissen voordoen die ieder daadwerkelijk een van elkaar verschillende toestand veroorzaken die een bepaalde schade tot gevolg hebben (achtereenvolgende werkelijke oorzaken).1 Dit casustype komt zowel voor bij momentschade als bij voortdurende schade.
85. Bij momentschade is het casustype en de oplossing redelijk eenvoudig. Het gaat bijvoorbeeld om het geval dat de eerder ten tonele gevoerde kart eerst beschadigd raakt door een kartongeval en vervolgens nog een keer beklad wordt door het kind van de eigenaar. Die bekladding leidt (deels) tot dezelfde vermogensvermindering als de beschadiging. De veroorzaker van de eerste gebeurtenis blijft voor die schade aansprakelijk. De Hoge Raad heeft deze lijn bevestigd.2 Als de bekladding ook verdergaande vermogensvermindering heeft veroorzaakt, is de beschadiging door het kartongeval daarvoor geen voorwaarde. Die verdergaande vermogensvermindering komt dus in verhouding tot degene die het kartongeval heeft veroorzaakt voor risico van de eigenaar.
86. Het gevalstype doet zich ook voor bij voortdurende schade. Stel dat de kartdeelnemer eerst door het kartongeval een been verliest met arbeidsgeschiktheid tot gevolg en daarna PTSS krijgt door een auto-ongeval dat hem vanaf dat moment in gelijke mate arbeidsongeschikt maakt. Volgens de Hoge Raad geldt hiervoor dezelfde regel als voor de hypothetische veroorzaking. De tweede gebeurtenis doet niet af aan het causaal verband met de eerste gebeurtenis (toev. PF):
“Ook geldt hetzelfde [als in het in §3.4.3 aangehaalde citaat] in gevallen waarin de schade voor het vervolg niet slechts hypothetisch maar in werkelijkheid — al dan niet mede — veroorzaakt is door de handeling van de derde. Ook dan verdient het immers de voorkeur dat de benadeelde, overeenkomstig de in artikel 6:102 BW neergelegde regel, slechts de veroorzaker van de eerste gebeurtenis behoeft aan te spreken en niet het risico behoeft te lopen dat de veroorzaker van de latere gebeurtenis geen verhaal biedt of zelfs niet jegens hem aansprakelijk is.”3
Van aanzienlijk belang is weer – ook weer straks voor het besluitenaansprakelijkheidsrecht – dat schade die mede het gevolg is van een latere gebeurtenis die voor risico voor de gelaedeerde komt voor diens risico blijft. Klaassen ziet daarvoor geen ruimte meer als de eerste gebeurtenis al heeft geleid tot – in mijn terminologie – een toestand die de voortdurende schade onherroepelijk tot gevolg heeft.4 Ik neem deze benadering ook tot uitgangspunt (zie §3.4.3).
87. Ik zal in §5.3.4 bepleiten dat deze regel ook moet worden toegepast als het bestuursorgaan na het onrechtmatig nemen van een bezwarend besluit jegens de geadresseerde of een besluit met schadelijke gevolgen voor derden in de verlengde besluitvorming alsnog een rechtmatig besluit neemt. Moment- en voortdurende schade die (ook) door het nemen van dat latere rechtmatige besluit wordt veroorzaakt, komt conform bovenstaande risicoregel voor rekening van de burger – behoudens eventuele nadeelcompensatieregelingen.