Re-integratie van de zieke werknemer; Nederland, Duitsland en flexicurity
Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/7.5.4:7.5.4 Unfallversicherung
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/7.5.4
7.5.4 Unfallversicherung
Documentgegevens:
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS574504:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een bijzondere situatie bestaat als de arbeidsongeschiktheid wordt veroorzaakt door een arbeidsongeval of beroepsziekte. De werknemer kan in dat geval vanaf dag één aanspraak maken op een uitkering uit hoofde van de wettelijke Unfallversicherung, met uitsluiting van loondoorbetaling bij ziekte en het Krankengeld.1De Unfallversicherung is geregeld in SGB VII. Deze wet kent drie doelen: preventie van arbeidsongevallen en beroepsziekten staat voorop. Lukt dat niet dan is het doel de gezondheid en ‘Leistungsfähigkeit’ van de werknemer met alle geëigende middelen te herstellen en als laatste hem of zijn nabestaanden schadeloos te stellen.2
De schadeloosstelling kan bestaan uit twee elementen: ‘Verletztengeld’ en ‘Rente’. Verletzengeld wordt betaald als de verzekerde door het arbeidsongeval of de beroepsziekte arbeidsongeschikt is 3dan wel door een medische behandeling niet ‘eine ganztägige Erwerbstätigkeit ausüben’ kan. De hoogte is 80% van het laatst verdiende jaarloon. De duur is gekoppeld aan de duur van de arbeidsongeschiktheid, maar is gemaximeerd tot 78 weken als herstel van de arbeidsgeschiktheid niet te verwachten is.4 Er bestaat aanspraak op een Rente bij gezondheidsschade of een beroepsziekte, die langer dan zes maanden leidt tot een verminderde verdiencapaciteit ‘auf dem gesamten Gebiet des Erwerbslebens’ van ten minste 20%.5 De hoogte van de Rente hangt af van de precieze mate van arbeidsongeschiktheid en wordt gesteld op ten hoogste tweederde van een jaarloon. De eerste drie jaar is dit een voorlopige vergoeding, daarna wordt de Rente voor onbepaalde tijd vastgesteld.6