Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/6.3.2:6.3.2 Hoe zeggen IND-medewerkers vast te stellen of iemand vanwege het behoren tot een risicogroep of kwetsbare minderheidsgroep een risico loopt bij terugkeer?
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/6.3.2
6.3.2 Hoe zeggen IND-medewerkers vast te stellen of iemand vanwege het behoren tot een risicogroep of kwetsbare minderheidsgroep een risico loopt bij terugkeer?
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180359:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De medewerkers van de IND zien in de WBV’s en Leidraad Moeilijke Landen1 welke specifieke aandachtsgroepen in het beleid staan genoemd.
I: Op Schiphol noemde iedereen de leidraad moeilijke landen. Gebruik je die wel eens?
R: Ja, soms wel, of ik pak het WBV erbij, om te kijken wat de kwetsbare groepen in het land zijn, de minderheidsgroepen enzovoorts. Bij een land dat ik minder goed zou kennen, waar ik minder vaak mee te maken heb, zou ik dat inderdaad wel doen ja.2
Sommige hoormedewerkers verdiepen zich vervolgens in die aandachtsgroep door het Algemene Ambtsbericht (of indien beschikbaar een thematisch ambtsbericht) van Buitenlandse Zaken hierop na te slaan. Anderen zoals de hieronder geciteerde medewerker, laten dit afhangen van de vraag of zij tijdens het gehoor een indicatie krijgen dat iemand hiertoe behoort.
In beginsel is het aan de asielzoeker om de aannemelijkheid van zijn risico bij terugkeer te onderbouwen en te verwoorden. De hoormedewerkers van de IND vragen hier dus ook naar. De hieronder geciteerde medewerker vertelt hoe dat gaat:
I: Moet iemand zeggen waar hij bang voor is. Bijvoorbeeld als iemand eerder in de gevangenis heeft gezeten kan hij zeggen dat hij bang is dat hij er de volgende keer niet levend uit komt. Het kan ook zijn dat ambtshalve bekend is dat sommige mensen de gevangenis niet levend verlaten. Moet de asielzoeker dan expliciet zeggen dat hij een volgende keer de cel niet levend uit komt?
R: Dat moet wel specifiek gevraagd worden. Als iemand vraagt waar bent u bang voor en als hij dan zegt: ik kom in de gevangenis, moet vervolgens wel worden gevraagd: waarom, wat voor straf krijgt u dan?
I: Maar als jij dan al weet dat iemand, hypothetisch, tot een bepaalde minderheidsgroep behoort die vaak wordt mishandeld?
R: Ja, dat is heel erg landeninformatie. Daar is dan vaak wel beleid voor. 3
Omdat de beoordeling van het toekomstig risico dat asielzoekers lopen steeds meer wordt ingevuld door het beleid, verschuift de nadruk in de beoordeling van de IND van een geloofwaardigheidsbeoordeling van het individuele asielrelaas naar zijn verklaringen over persoonlijke omstandigheden (bijvoorbeeld het behoren tot een minderheidsgroep). Zodra de asielinstroom uit een bepaald land toeneemt, is de kans groot dat de beleidsafdeling van de IND aanwijzingen stuurt naar de hoor- en beslismedewerkers over welke specifieke aandachtsgroepen een verhoogd risico lopen bij terugkeer.
R: Ja, bij Reer Hamer kun je naar de gebruiken en de stamlijnen vragen, vaak valt uit de taal ook al wel een conclusie te trekken. Bij een alleenstaande vrouw ga je kijken of er verklaringen zijn of ze een man had, of niet, hoe het met haar ouders zit. Of dat allemaal een beetje consistent is.
Dit leidt er ook toe dat individuele IND-medewerkers steeds minder bezig zijn met de vaststelling van dat risico en steeds meer met de vraag of een asielzoeker, als lid van een bepaalde groep, valt binnen een bepaalde risicocategorie. Ik vroeg onderstaande medewerker hoe ze kan vaststellen of iemand tot een minderheidsgroep behoort en welke informatie zij daarbij betrekt.
R: Om te beoordelen of iemand tot een minderheidsgroep behoort, heb je andere instrumenten. Buitenlandse Zaken bijvoorbeeld, ambtsberichten.
I: Is het makkelijk om dat vast te stellen of iemand tot een bepaalde groep behoort?
R: Die staan in [het ambtsbericht over] Somalië bijvoorbeeld echt beschreven.
Soms noemt iemand een clannaam die niet voorkomt in je info. Dat is dan
meestal een kleinere stam, maar die is dan wel vaak te herleiden. Dan vraag ik: kunt u uw clanlijn voor me opschrijven. Dat gaat vaak terug tot opa’s van opa’s. Mensensmokkelaars weten dat ook.
I: Dus als ik er Somalisch uit zou zien en ik leer een clanlijn uit mijn hoofd, hoe kom jij daar dan achter?
R: Nou je zou voor een vergunning in aanmerking kunnen komen.
I: Want zou je erachter komen of ik tot die groep behoor?
R: Nou je hebt niet alleen die clanlijn natuurlijk, je hebt gebruiken, gewoonten, levensstijlen, beroepen, daar vraag je ook naar, los van die clanlijn. Als iemand daar goed over kan verklaren en je hebt niets om over in twijfel te trekken, dan kan het voorkomen dat iemand een vergunning krijgt.4
Vooral het ambtsbericht is dus relevant om te beoordelen of iemand tot een specifieke groep behoort. In het ambtsbericht staan kenmerken genoemd waarover leden van een specifieke groep zouden moeten beschikken. Ook andere informatiebronnen kunnen een rol spelen in de beoordeling, allereerst de asielzoeker zelf. De onderstaande IND-medewerker doelt daarbij niet alleen op de verklaringen van de asielzoeker. Hij kijkt ambtshalve ook naar andere persoonlijke kenmerken of omstandigheden.
I: Dus je kijkt niet alleen naar waar iemand zegt bang voor te zijn?
R: Nee, ook andere omstandigheden die je aanneemt bij hem die moet je door-toetsen.
I: En feiten waar iemand het niet over heeft?
R: Dat wordt lastig. Maar stel nou, zo’n vrouwenbesnijdenis en iemand komt hier met een dochtertje en niemand zegt daar iets over, de advocaat ook niet. En bij het gehoor wordt er ook niets gezegd. Dan moet je toch toetsen. Dan mag je ervan uitgaan dat ze onbesneden is en ze bij terugkeer een risico loopt. Dat moeten we doen.
I: En ook als er een Afghaanse vrouw hier komt, die zegt omdat ze gevlucht is nadat ze in negatieve aandacht van de Taliban kwam te staan vanwege een demonstratie en dat haar man al eerder is vermoord. Dan moet je toch een vergunning verlenen omdat het een alleenstaande vrouw is?
R: Ja, dat je die vrees niet gelooft, maar wel dat haar man dood is?
I: Ja. Of moet iemand zeggen: ik kan niet terug naar mijn land, want ik ben daar alleen?
R: Nee, dat hoeft niet. Dat doe je ambtshalve. 5
In sommige gevallen kunnen ook taalanalyse en de landenspecialisten van bureau Land en Taal van de IND uitkomst bieden.
I: Is daar nog onderzoek [naar] te doen, of iemand tot een kwetsbare minderheidsgroep behoort?
R: Ja, taalanalyse bij Reer Hamar. Of je kunt bij BLT een quick scan aanvragen om te kijken of het mogelijk is.
I: Geven dat soort instrumenten je dan uitsluitsel?
R: Ja, dat is een heel hard gegeven.6
Dezelfde medewerker legt uit dat het voor asielzoekers soms moeilijk is het risico zelf in te schatten. Ook hij gaat om die reden ook ambtshalve op zoek naar informatie die daarvoor relevant kan zijn:
R: Ik weet dat er bijvoorbeeld een discussie is over kwetsbare minderheidsgroepen en wat dan een geringe indicatie is. Dat komt ook een beetje door de vraagstelling, dan begrijpen ze niet goed wat er wordt bedoeld, maar dan moet er dus sprake van mensenrechtenschending in de naaste omgeving zijn, buren, vrienden.
I: Welke vraagstelling snappen ze dan niet?
R: Nou er zijn twee standaard vragen: 1) hebben personen vrienden en familie problemen ondervonden en 2) hebben mensen in uw naaste omgeving problemen ondervonden? Naaste omgeving is een beetje een vaag begrip. Maar dan zeggen mensen neeuuh. Maar het is een beetje vreemd als je een christen bent uit Bagdad, maar je niemand kent die wel eens problemen heeft gehad. Dat is bijna onmogelijk. Wat je dan krijgt is dat je ambtshalve informatie ontvangt dat in de wijk waar iemand woonde, een aanslag geweest is op een kerk waar heel veel doden bij zijn gevallen. Moet je dat betrekken of niet? Ja, daar is discussie over. Maar goed, dat zijn. Ik denk dat het onjuist is. Ik denk dat je alles wat bekend is, moet betrekken en niet slechts wat iemand verklaart. Je moet er ook weer niet te ver mee gaan, dat je dingen invult die niet zijn gebeurd.
I: Dus je mag informatie die bekend is niet negeren, is dat wat je zegt?
R: Ja. Of dat je er zelfs actief naar op zoek gaat. Dat heb ik een paar keer gedaan. Dan vraag je aan BLT [Bureau Land en Taal], zijn er in die wijk, in die periode nog aanslagen op christenen geweest zover je weet?7
De medewerker die hieronder wordt geciteerd, geeft een voorbeeld van hoe hij soms worstelt met de zwaarwegendheid als er geen geringe indicatie is.
I: Kun je daar een voorbeeld van noemen?
R: Dat gaat over de Yezidi. Die zaak speelt al jaren en is afgewezen. Maar er is nu voor Irak natuurlijk een besluit- en vertrekmoratorium. Deze persoon had zelf helemaal geen individuele dingen meegemaakt, echt helemaal niets. Dat
vind ik wel eens lastig, want je weet dat het voor die mensen op dit moment echt heel slecht is.
[…]
I: Waarom?
R: Om er echt geen individuele geringe indicatie is. We moeten ons houden aan het beleid.
I: Waarom is die indicatie er niet?
R: Omdat hij echt helemaal niets genoemd heeft.
[…]
I: Maar het is dus de taak van de vreemdeling om dat te zeggen. Dat is niet iets wat je ambtshalve kunt invullen?
R: Ik vind wel dat als iemand hier net binnenkomt. Dan denk ik dat het wel iets is dat ambtshalve bekend is. Dat kun je dan niet zomaar naast je neerleggen. We moeten het beleid volgen. Ik zit nu gewoon in een tweestrijd. Ik vind het heel lastig.8
Ook de hieronder geciteerde medewerker vindt het in beginsel de taak van de asielzoeker om zijn risico bij terugkeer te onderbouwen. Maar of de IND met die risico-inschatting meegaat, wordt grotendeels voorgeschreven door het beleid.
R: Ja, er moeten indicaties of aanwijzingen zijn. Tenzij er uit het beleid blijkt dat iedereen een risico loopt. Dan kun je daar niet omheen. Dan kun je ook niet argumenteren dat die kans niet aanwezig is. Daar ben ik ook wel voorzichtig mee hoor. Als zo’n kans bestaat durf ik ook iemand niet terug te sturen.9