Aandeelhoudersverantwoordelijkheid
Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/7.4.4:7.4.4 Het opdragen van bepaald gedrag door de rechter
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/7.4.4
7.4.4 Het opdragen van bepaald gedrag door de rechter
Documentgegevens:
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS301409:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In de parlementaire geschiedenis is ook terug te vinden dat de rechter terughoudend moet zijn bij het hanteren van reële executie wanneer de rechtshandeling nog moet worden vastgesteld (Van Zeben & Du Pon 1981, p. 899-900).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Reële executie houdt in dat de rechter de aandeelhouder dwingt een bepaalde rechtshandeling te verrichten, althans dat deze rechtshandeling voor hem wordt verricht. De rechter moet wel grote terughoudendheid betrachten. De aandeelhouder komt een zekere mate van vrijheid toe bij het uitoefenen van de aan hem toegekende bevoegdheden. Het gebruik van reële executie zal een inbreuk op deze vrijheid maken. Niet alleen moet de rechter zich er bovendien van bewust zijn dat hij een inbreuk maakt op dit recht, maar, belangrijker, hij moet zich er ook van bewust zijn dat de rechtshandeling waar hij de aandeelhouder toe dwingt, in lijn van het vennootschappelijk belang dan wel – onder bijzondere omstandigheden zoals toegelicht in hoofdstuk 6, paragraaf 6.4.4. – het belang van een bijzondere belanghebbende bij de vennootschap moet liggen. De rechter moet derhalve in beginsel bepalen welk besluit de optimale behartiging van het vennootschappelijk belang (of onder omstandigheden het belang van een specifieke belanghebbende) tot gevolg heeft. Het is maar de vraag of de rechter daar onder alle omstandigheden goed toe in staat is. Het ligt voor de hand dat de wederpartij van de aandeelhouder deze/hem wel erop zal wijzen wat het vennootschappelijk belang volgens haar vereist, maar daarmee is, zeker binnen het beperkte overzicht van de rechtsstrijd (in het bijzonder in het kort geding), niet verzekerd dat de rechter een goed beeld heeft van hetgeen het vennootschappelijk belang vereist/verlangt. Ook dit brengt mee dat de rechter hetmiddel van reële executie terughoudend hanteert en slechts onder bijzondere omstandigheden toepast.1 Een goed voorbeeld is mijns inziens de omstandigheid dat de continuïteit van de vennootschap – en daarmee de belangen van alle belanghebbenden bij de vennootschap – gevaar loopt en er sprake is van een noodsituatie.