Misleidende beursberichten
Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/1.4.4.3:1.4.4.3 Het World Online-arrest
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/1.4.4.3
1.4.4.3 Het World Online-arrest
Documentgegevens:
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655810:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 27 november 2009, NJ 2014/201, m.nt. C.E. du Perron; JOR 2010/43, m.nt. K. Frielink (VEB e.a./World Online e.a.), r.o. 4.11.1-4.11.2.
Zie § 5.4.4.4 en § 9.3.3.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Verder wijs ik nog op de overwegingen van de Hoge Raad over het bewijs van causaal verband in het World Online-arrest en het daarin door hem geformuleerde ‘uitgangspunt’:1
‘(….) In beginsel draagt de belegger (…) de stelplicht en bewijslast ter zake van het [csqn]-verband. Dat bewijs is evenwel problematisch, omdat een belegger zich bij zijn beleggingsbeslissing in het algemeen door een veelheid van factoren zal laten leiden, terwijl bovendien vaak niet valt aan te tonen dat hij daadwerkelijk heeft kennisgenomen van de misleidende mededeling, laat staan dat hij daadwerkelijk door de misleidende mededeling is beïnvloed. Die beïnvloeding kan ook indirect hebben plaatsgehad, doordat de belegger is afgegaan op adviezen of op heersende opinies in de markt, die op hun beurt door de misleidende mededeling in het leven zijn geroepen. De door deze factoren veroorzaakte bewijsproblemen ter zake van het [csqn]-verband brengen mee dat de door de (oude en nieuwe) prospectusrichtlijn beoogde bescherming van beleggers (…) in de praktijk illusoir kan worden.
(…) [Mede daarom] zal tot uitgangspunt mogen dienen dat [csqn]-verband tussen de misleiding en de beleggingsbeslissing aanwezig is. Dit betekent derhalve dat in beginsel aangenomen moet worden dat, indien geen sprake van misleiding zou zijn geweest, de belegger niet – of bij aankoop op de secundaire markt: niet dan wel niet op dezelfde voorwaarden – tot aankoop van de effecten zou zijn overgegaan. De rechter kan echter naar aanleiding van de over en weer aangevoerde argumenten (…) tot de conclusie komen dat voormeld uitgangspunt in het concrete geval niet opgaat.’ (curs. en toevoegingen ACWP)
Aangezien ik over deze overwegingen elders in het boek nog uitgebreid kom te spreken, ga ik er hier niet verder op in.2