Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/5.4.1
5.4.1 Het recht op informatie
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362981:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook: Keulemans 2016A onder 2.2.2.
HvJ 4 juni 2013, zaak C-300/11, (ZZ), punt 53; HvJ 15 oktober 1987, zaak 222/86, (Unectef), punt 15; HvJ 12 februari 1992, zaken C-48/90 en C-66/90, (Nederland en PTT Nederland/Commissie), punt 45.
Zie bijvoorbeeld: HvJ 3 september 2009, zaken C-322/07 P, C-327/07 P en C-338/07 P, (Papierfabrik August Koehler), punt 36; HvJ 15 juli 1970, zaak 41/69, (Chemiefarma), punt. 26; HvJ 3 juli 1991, zaak 62/86, (AKZO), punt 29.
Keulemans 2016A onder 2.2.2.
HvJ 13 juli 1966, zaken 56/64 en 58/64, (Consten en Grundig), p. 510 en 511.
GvEA 27 maart 2014, zaak T-56/09, (Saint-Gobain Glass France), punt 118; HvJ 24 september 2009, zaken C-125/07 P, C-133/07 P, C-135/07 P en C-137/07 P, (Erste Group Bank), punt 181; zie ook: Keulemans 2016A onder 2.2.2.
HvJ 7 juni 1983, zaak 100/80, (Musique Diffusion française), punt 21; zie ook: HvJ 28 juni 2005, zaak C-189/02 P, (Dansk Rørindustri), punt 434; HvJ 9 november 1983, zaak 322/81, (Michelin), punt 19; zie ook Keulemans 2016A onder 2.2.2.
Waard, de, 1987, onder 7.2.1.1, p. 248.
Trimidas 2007, p. 387; HvJ 27 juni 1991, zaak C-49/88, (Al-Jubail Fertilizer Company), punt 20.
HvJ 15 november 2012, zaak C-417/11 P, (Raad/Bamba), punt 49.
HvJ 28 juni 2005, zaak C-189/02 P, (Dansk Rørindustri), punt 462; HvJ 29 september 2011, zaak C-521/09 P, (Elf Aquitaine), punt 148.
HvJ 18 december 2008, zaak C-349/07, (Sopropé), punt 50; HvJ 21 november 1991, zaak C-269/90, (Technische Universität München), punt 14.
HvJ 15 november 2012, zaak C-417/11 P, (Raad/Bamba), punten 53 en 54; HvJ 22 november 2012, zaak C-277/11, (M.), punt 88.
Het eerste deelaspect van het kenbaarmakingsbeginsel houdt in dat de belanghebbende recht heeft op informatie over de wezenlijke feiten waarop de bezwaren berusten (ook genoemd: de punten van bezwaar).1 Met kennis hiervan kan een belanghebbende beslissen of hij baat zou kunnen hebben bij het voorleggen van het bezwarende besluit aan de bevoegde rechter.2 De mededeling over de elementen waarop een bestuursorgaan een besluit wil baseren, dient de voornaamste in aanmerking genomen elementen te bevatten, de kwalificatie daarvan door het bestuursorgaan en de bewijsmiddelen waarop die zijn gebaseerd.3 Daarvan is ook sprake indien, desnoods beknopt maar duidelijk, de belangrijkste feiten zijn vermeld waarop het bestuursorgaan het besluit heeft gebaseerd.4 Op dat moment behoeft het bestuursorgaan niet het gehele dossier te overleggen.5 Bij een boete dient het bestuursorgaan expliciet te vermelden op grond van welke wettelijke bepaling het bestuursorgaan voornemens is een boete op te leggen. Hierbij dient het bestuursorgaan zaken als de zwaarte en de duur van de inbreuk en de omstandigheid dat deze opzettelijk of uit onachtzaamheid is begaan te vermelden.6 Het Hof van Justitie heeft in de zaak Musique Diffusion française geoordeeld dat in de mededeling over de boete geen aanwijzingen mogen staan over de hoogte van de beoogde op te leggen geldboete. Het geven van een dergelijke aanwijzing in het stadium van de mededeling zou erop neerkomen dat het bestuursorgaan vooruitloopt op het te nemen bezwarende besluit.7 Met het geven van de informatie over de elementen waarop een bestuursorgaan een besluit wil baseren, moet het bestuursorgaan de belanghebbende duidelijk maken dat het bestuursorgaan overgaat van de onderzoeksfase naar de fase van het voornemen.8 Het bestuursorgaan mag de gevraagde informatie mondeling verstrekken, maar heeft wel de bewijslast dat die informatie inderdaad aan de belanghebbende is verstrekt.9
Het recht op informatie houdt ook de verplichting in het bezwarende besluit te motiveren.10 Het motiveren van een bezwarend besluit is van extra belang als het recht op informatie in de voorfase is beperkt.11 Dan is de motivering van het bezwarende besluit immers het eerste moment waarop de belanghebbende de informatie over de elementen waarop een bestuursorgaan een besluit wil baseren ontvangt. Als het kenbaarmakingsbeginsel in de voorfase niet is beperkt, heeft de belanghebbende in het voornemen al kennis genomen van de elementen waarop het bestuursorgaan het bezwarende besluit wil baseren en kan de motivering van het bezwarende besluit afhankelijk van de door de belanghebbende ingebrachte verdediging deels of geheel verwijzen naar het voornemen. De motivering moet beantwoorden aan de aard van de betrokken handeling en aan de context waarin zij is vastgesteld. Het kenbaarmakingsbeginsel eist dat een bestuursorgaan met de nodige aandacht kennisneemt van de opmerkingen van de belanghebbende.12 Dat kan in de motivering tot uitdrukking komen. Een bezwarend besluit is voldoende gemotiveerd, wanneer het besluit zo tot stand is gekomen dat de belanghebbende de strekking van de maatregel kan begrijpen.13 Hier komt duidelijk tot uitdrukking dat sprake is van een materieel beginsel.