Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/396
396 De bevoegdheidsverdeling als remedie
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS366620:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Vletter–Van Dort 2014, nr. 5 waarin zij verwijst naar een artikel van de New York Times over de ‘fidel castro-like election results’ en geconcludeerd wordt dat de say-on-payregeling in de VS juist heeft geleid tot hogere bezoldigingsniveaus (zie https://dealbook.nytimes.com/2013/06/26/in-shareholder-say-on-pay-votes-more-whispers-than-shouts/?_php=true&_type=blogs&_r=0, laatst geraadpleegd op 7 augustus 2017).
“Wij blijven bezorgd over de discrepantie tussen bonussen en financiële prestaties”, aldus Glass Lewis. Zie o.a. https://www.rtlz.nl/business/adviesbureau-kritisch-over-bonus-shellbaas;https://www.telegraaf.nl/dft/bedrijven/royal_dutch_shell_a/25766696/___Adviesbureau _kritisch_over_bonus_Shellbaas___.html. Zie ook Fisch e.a. 2017 die erop wijzen dat er sprake is van een negatieve correlatie tussen hoge aandeelhoudersrendementen en negatieve say-on-paystemmingen.
Thomas & Van der Elst 2015, p. 728-730.
Thomas & Van der Elst 2015, p. 704-705.
Zie voor een onderzoek uit het VK op grond waarvan de auteurs concluderen dat over het algemeen de invoering van say-on-pay weinig verandert aan het bezoldigingsniveau of de structuur van de bezoldiging van bestuurders: Conyon & Sadler 2010, p. 296-312.
Het samenspel tussen de bevoegdheden van de raad van commissarissen en de algemene vergadering maakt het mogelijk dat druk vanuit de aandeelhouders zou kunnen bijdragen aan een paradigmaverandering om de in het tweede deel gesignaleerde kernproblemen tegen te gaan. Te hooggespannen verwachtingen zal men daar niet van moeten hebben. In de praktijk zijn de aandeelhouders eerder de kwaal dan de remedie. Vele institutionele beleggers delen de visie op de bezoldiging van de top van de onderneming. Zij verwachten dat bezoldiging wordt ingezet als managementtool en eisen dat bezoldiging gekoppeld wordt aan vooraf bepaalde, objectief meetbare prestaties, met een nadruk op het creëren van aandeelhouderswaarde. Daarnaast wordt het bepalen van de ex ante hoogte op basis van externe referentie gezien als gangbaar.1 Aandeelhouders roeren zich slechts bij abnormaal hoge beloningsniveaus in combinatie met relatief slechte prestaties. De aandacht gaat daarbij, mede vanwege de invloedrijke stemadviesbureaus, voornamelijk uit naar de verhouding tussen beloning en prestatie.2 De bemoeienis van aandeelhouders blijft daarnaast beperkt tot uitschieters.3
Een veelgehoorde negatieve werking van (bindende) say-on-payregelingen zou verder zijn dat veel aandeelhouders ondeskundig of rationeel apathisch zijn, wat een stemming over het bezoldigingsbeleid of het remuneratierapport betreft. Zij zullen zich laten leiden door stemadviesbureaus waardoor de macht van deze bureaus toeneemt. Vennootschappen zouden daardoor worden aangezet tot het ontwerpen van uniforme bezoldigingsstructuren conform de richtlijnen van deze stemadviesbureaus en de belangrijke institutionele beleggers, zonder de bezoldiging af te stemmen op de specifieke onderneming. Vooralsnog komt uit onderzoek echter naar voren dat het stemadvies van deze stemadviesbureaus in Nederland niet altijd doorslaggevend is voor de uitkomst van de stemming.4
De instrumenten om druk te zetten op de raad van commissarissen om tot een andere wijze van vaststellen of bezoldigen te komen, zijn dus aanwezig. De vennootschapsrechtelijke bepalingen die betrekking hebben op de bevoegdheidsverdeling bij het vaststellen van de bezoldiging zullen op zichzelf echter niet (snel) bijdragen aan de noodzakelijke paradigmaverandering.5 Wel kan het Nederlandse vennootschapsrechtelijke systeem een belangrijke rol spelen bij het oplossen van de gesignaleerde kernproblemen nadat deze paradigmaverandering zich bij de institutionele (en particuliere) beleggers heeft voltrokken.