Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/2.9.2:2.9.2 Ingrijpen in niet-afgeronde toestanden
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/2.9.2
2.9.2 Ingrijpen in niet-afgeronde toestanden
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS419890:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In par. 2.9.1 heb ik geconcludeerd dat – wat betreft de werkingsregels – alleen terugwerkende kracht kan ingrijpen in voldongen feiten en afgeronde toestanden. Voor alle drie de werkingsregels geldt dat zij ertoe kunnen leiden dat de rechtsgevolgen die door een nieuwe regel – al dan niet door tussenkomst van een feit – aan een toestand kunnen worden verbonden, anders zijn dan bij aanvang van de toestand op basis van de op dat moment van toepassing zijnde regel werd verwacht. Verwachtingen van belastingplichtigen komen als gevolg hiervan niet uit.
In de literatuur wordt niet altijd aandacht besteed aan de veranderende gevolgen van op het werkingsmoment bestaande niet-afgeronde toestanden. De oorzaak hiervan is mijns inziens dat meestal een feit moet plaatsvinden voordat een rechtsgevolg intreedt. Indien dat feit zich voordoet ná het werkingsmoment, is ‘automatisch’ de nieuwe regel van toepassing. Bij toepassing van de werkingsregel terugwerkende kracht kan dan nog de vraag worden gesteld of ingrijpen in voldongen feiten gerechtvaardigd is. In geval van onmiddellijke of uitgestelde werking speelt deze vraag evenwel niet. Indien dan met name wordt gefocust op de belastbare feiten die zich onder de werking van de nieuwe wet voordoen, en niet wordt gelet op de met die feiten verband houdende toestanden die al bij de aanvang van de werking bestonden, bestaat het risico dat de gevolgen van de werking van een regel voor bestaande toestanden worden onderschat.1 De rechtsgevolgen van toestanden die eerst intreden als een feit zich heeft voorgedaan gaan immers komen; onbekend is nog wanneer. Om met de woorden van Geppaart te spreken:2
‘Het gaat er echter niet om of zich een belastbaar feit heeft voorgedaan. Dat is niet relevant. Het gaat erom of er een rechtsverhouding in een latente vorm is ontstaan die wel tot een materieel bepaalde rechtspositie kan leiden.’
Vanuit deze gedachte is het van belang om vast te stellen wat de gevolgen zijn van een werkingsregel voor bij aanvang van de werking bestaande toestanden, of – in geval van terugwerkende kracht – tussen het werkings- en inwerkingtredingsmoment ontstane toestanden. Deze gevolgen kunnen tweeledig zijn. Ten eerste kan sprake zijn van materieel terugwerkende kracht (par. 2.9.3). Ten tweede kan maatschappelijk terugwerkende kracht ontstaan (par. 2.9.4).