Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/2.9.1
2.9.1 Ingrijpen in voldongen feiten en afgeronde rechtstoestanden
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS413783:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Voetnoten
Voetnoten
Haazen 2001, p. 86 en Van der Beek 1992, p. 17. Brunner 1991, p. 342 wijst erop dat het overgangsrecht geen rol speelt ten aanzien van rechtsvragen die onder het oude recht zijn afgedaan, maar dat voorzichtigheid is geboden omdat schijnbaar afgedane zaken weer kunnen herleven.
Vgl. Van der Struijk 2003 en Lubbers 2004, p. 18 en de door hen genoemde jurisprudentie. Uit HR 12 augustus 2005, nr. 36 924, BNB 2006/17 (m.nt. Van Zadelhoff) en HR 11 april 2008, nr. 36 122, BNB 2008/166 (concl. Van den Berge) lijkt impliciet te volgen dat een wetswijziging geen nieuw feit oplevert. Niet duidelijk is of naheffen in dit geval wel is toegestaan. In HR 6 oktober 1999, nr. 34 592, BNB 2000/29 (m.nt Kavelaars) oordeelt de Hoge Raad dat de regel dat naheffen is toegestaan als navorderen niet tot de mogelijkheden behoort, niet opgaat als weliswaar geen inkomstenbelasting kan worden nagevorderd maar waarin ook bij een juiste wetstoepassing geen aanslag in die belasting had kunnen worden opgelegd. Hieruit zou de conclusie kunnen worden getrokken dat naheffen in geval van terugwerkende kracht wel is toegestaan. De rechtszekerheid van de belastingplichtige zou hiermee naar mijn mening echter ernstig in het gedrang komen.
Volgens de wetgever was in casu geen sprake van strijdigheid met art. 1 WvS, zie Kamerstukken II 1988/89, 20 857, B, p. 9.
Zie Duk en Jeukens 1965, p. 15 over het scheppen en vernietigen van rechtsgevolgen.
Kenmerkend voor de werkingsregel terugwerkende kracht is dat hij ingrijpt in voldongen feiten en afgeronde rechtstoestanden.
Een voldongen feit is een feit dat zich voordeed vóór het inwerkingtredingsmoment, en waaraan destijds een rechtsgevolg was verbonden.1 Dit rechtsgevolg kan het ontstaan van een materiële belastingschuld omvatten, doch kan ook inhouden het ontvangen van een beschikking of de formalisering van een belastingschuld. In het laatstgenoemde geval kan de werkingsregel terugwerkende kracht echter niet meer ingrijpen in voldongen feiten. Een wetswijziging vormt naar mijn mening geen nieuw feit, zodat navorderen niet is toegestaan.2
Van een voldongen feit is mijns inziens ook sprake indien aan een feit geen rechtsgevolg is verbonden bij gebreke aan een wettelijke grondslag. Van een voldongen feit is géén sprake indien aan een feit wel een rechtsgevolg kán worden toegekend, maar dit nog niet is gebeurd.
Voorbeeld
Met ingang van 1 januari 1991 is een aantal strafrechtelijke en administratiefrechtelijke boetes niet langer aftrekbaar (o.a. art. 15lid2 onderdeel l Wet LB 1964 (tekst tot 1 januari 1991)). Indien in 1991 ter zake van een vóór 1991 verrichte daad een boete is opgelegd, is de boete niet meer aftrekbaar. In dit geval verbindt de fiscale regel geen rechtsgevolgen aan de daad, maar aan de betaling van de boete. De daad vormt derhalve geen voldongen feit.3
Misverstanden hierover kunnen worden voorkomen door eerst het voor een regel relevante rechtsfeit vast te stellen als beschreven in par. 2.8. De bepaling inzake aftrekbaarheid van boeten verbindt immers rechtsgevolgen aan opgelegde boeten en niet aan het daaraan voorafgaande beboetbare feit.
Door toepassing van de werkingsregel terugwerkende kracht wordt een voldongen feit – voor zover mogelijk – weer ‘opengebroken’ door de wetgever. Het op deze wijze ingrijpen in voldongen feiten kan in principe ook slechts plaatsvinden door toepassing van de werkingsregel terugwerkende kracht. Hierop bestaat slechts één uitzondering, namelijk het treffen van een overgangsmaatregel in de vorm van een correctieregeling (zie par. 3.9).
Van een afgeronde rechtstoestand is sprake indien aan een toestand reeds voor het inwerkingtredingsmoment een rechtsgevolg is verbonden dat tevens het enige rechtsgevolg was dat aan die toestand zal worden gegeven. Ook als sprake is van een toestand ter zake waarvan de wet niet in een rechtsgevolg voorzag, is een afgeronde rechtstoestand ontstaan. Een afgeronde rechtstoestand kan evenwel niet ontstaan als de regel geen gevolgen verbindt aan de toestand, maar daarvoor een feit is vereist dat zich nog niet heeft voorgedaan. Met betrekking tot een dergelijke toestand valt niet uit te sluiten dat in de toekomst alsnog door middel van tussenkomst van een feit rechtsgevolgen aan die toestand worden verbonden.
Indien een regel inhoudt dat hij rechtsgevolgen verbindt aan toestanden kunnen alleen terugwerkende kracht en de hiervoor genoemde correctieregeling bewerkstelligen dat aan een vóór de inwerkingtreding afgeronde rechtstoestand door een nieuwe regel andere rechtsgevolgen worden verbonden.4
Voor een schematische weergave van het ingrijpen in voldongen feiten en afgeronde rechtstoestanden verwijs ik naar par. 2.4.2.