Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/13.4.2.2
13.4.2.2 De inperking van het toepassingsbereik
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS574354:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. p. 21 van het Advies over de verhouding tussen vennootschap en aandeelhouders en over het toepassingsbereik van de Code van de Monitoring Commissie Corporate Governance van mei 2007. Als voorbeelden van dergelijke handelsplatformen noemt de Commissie, eveneens op p. 21, Altemext (Amsterdam, Brussel en Parijs) en AIM (Londen).
P. 8 van de brief van de Minister van Financiën van 19 juni 2007 (Kamerstukken II, 2006/ 2007, 31 083, nr. 1). Door Josephus Jitta (2007), p. 465-466, wordt opgemerkt dat de regering in die brief zich op het standpunt stelt dat de Nederlandse corporate govemance code thans wel van toepassing is op beursvennootschappen op Altemext. Volgens Josephus Jitta ten onrechte en zijns inziens ook andersluidend dan de Monitoring Commissie. Naar mijn mening berust de opvatting van Josephus Jitta op een verkeerde lezing van de opvattingen van de Monitoring Commissie. Deze heeft — in december 2006 — feitelijk geconstateerd 'dat de code niet wordt toegepast'. Vervolgens heeft die Commissie — in mei 2007 — geadviseerd 'dat de code niet verplicht van toepassing hoeft te zijn'. Dit laat onverlet dat de Nederlandse corporate govemance code op dat moment wel van toepassing was dan wel toegepast diende te worden. Uit de formulering van deze brief kan overigens ook worden afgeleid dat de aanname van Lieverse (2006), p. 142, dat 'het ministerie van Financiën ervan uitgaat dat de Nederlandse corporate govemance code géén toepassing zou vinden' onjuist is. Dat verwarring is blijven bestaan is overigens begrijpelijk. Zo merkt de Minister van Justitie op 12 december ten — volkomen — onrechte op dat '[t]hans (...) vennootschappen die aandelen verhandelen op een alternatief handelsplatform, oftewel een multilaterale handelsfaciliteit, de Code niet [behoeven] na te leven.' (Kamerstukken 2008/2009, 31 0832, nr. 28, p. 4).
Vgl. de brief van de Minister van Justitie van 16 oktober 2008 (Kamerstukken II, 2008/ 2009, 31 083, nr. 25). Opgemerkt wordt daarbij dat het onderhavige ontwerpbesluit ertoe strekt 'het toepassingsbereik aan te passen conform de kabinetsreactie op het rapport van de Monitoring Commissie Corporate Govemance Code.'
Er zijn wel vragen over gesteld door leden van de Tweede Kamer. Deze zijn op 12 december 2008 beantwoord (Kamerstukken II, 2008/2009, 31 0832, nr. 28). Uit (p. 10 van) de toelichting op het Besluit van 20 maart 2009 kan worden afgeleid dat het voornemen om het in december 2008 'voorgehangen' ontwerpbesluit alsnog tot besluit te verheffen en in werking te laten treden nog steeds bestaat.
Door inwerkingtreding van het Besluit van 20 maart 2009.
Dat de formulering in art. 1 van het Vaststellingsbesluit nadere voorschriften inhoud jaarverslag niet al per 1 november 2007 was aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten is merkwaardig. Als gevolg daarvan werd het namelijk het begrip 'markt in financiële instrumenten' in art. 1:1 van de Wft geschrapt. Het (toepassingsbereik van het) Vaststellingsbesluit nadere voorschriften inhoud jaarverslag hing hierdoor tot 1 april 2009 in het luchtledige. Hierover reeds Grundmann-van de Krol (2007d), p. 470.
Ingevolge lid 1 van art. 1 Vaststellingsbesluit nadere voorschriften jaarverslag. Leden 2 en 3 van het eerste artikel beperken het toepassingsbereik van het besluit indien geen aandelen van de vennootschap zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, doch wel obligaties.
Ook gezien de wisselende zienswijzen die van de zijde van de regering worden geuit over het (oorspronkelijke) toepassingsbereik van het Vaststellingsbesluit nadere voorschriften inhoud jaarverslag. Afhankelijk van welke minister penvoerder is van de aan het parlement te schrijven brieven lijkt deze zienswijze te variëren (zoals blijkt uit de in voetnoot 62 aangehaalde opvattingen).
Vgl. § 2 van hoofdstuk 3.
Naar aanleiding van de reacties op het door de Monitoring Commissie Corporate Governance Code gepubliceerde consultatiedocument, is door deze Commissie in mei 2007 aan de Nederlandse regering geadviseerd dat "de Corporate Governance Code niet verplicht van toepassing hoeft te zijn op de verhandeling op alternatieve handelsplatformen van effecten van bedrijven afkomstig uit het middelgrote en kleine ondernemingen."1 De regering heeft daarop geantwoord deze aanbeveling te steunen en ter uitvoering daarvan de reikwijdte van de Code bij algemene maatregel van bestuur in te perken.2 Daartoe is in oktober 2008 ook een ontwerpbesluit houdende wijziging van het Vaststellingsbesluit nadere voorschriften inhoud jaarverslag aan beide Kamers "voorgehangen".3 Bij mijn weten heeft dat ontwerp nooit de status van besluit bereikt en is het, derhalve, niet in werking getreden.4
Een wijziging van het toepassingsbereik heeft hierdoor eerst plaatsgevonden per 1 april 2009.5 Op dat moment (pas") is in art. 1 van het Vaststellingsbesluit nadere voorschriften inhoud jaarverslag de zinsnede "officiële notering aan een markt in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wft6 vervangen door "handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is".7 Deze wijziging behelst echter primair het in overeenstemming brengen van de reikwijdte van het besluit met art. 46bis Vierde Richtlijn Vennootschapsrecht. Het toepassingsbereik ingevolge het huidige, bepaald niet duidelijk geformuleerde, art. 1, leden 1 tot en met 3, Vaststellingsbesluit nadere voorschriften inhoud jaarverslag omvat thans in ieder geval Nederlandse vennootschappen waarvan aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een daarmee vergelijkbare effectenbeurs buiten de EU.8
Of de discussies over de reikwijdte daarmee tot het verleden behoren, betwijfel ik.9 Weliswaar is, zoals in hoofdstuk 3 is besproken, het Vaststellingsbesluit nadere voorschriften inhoud jaarverslag in december 2009 aangepast met het oog op aanwijzing van de aangepaste Nederlandse corporate governance code.10 Over een aanpassing van de reikwijdte van het Vaststellingsbesluit nadere voorschriften inhoud jaarverslag conform het door de regering aangekondigde voornemen, is noch in de tekst van dat aanpassingsbesluit, noch in de toelichting daarop enig spoor te vinden.