Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief
Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/8.3.7.1:8.3.7.1 Het bepaalde onderwerp van overeenkomsten in het Romeinse en het Rooms-Hollandse recht
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/8.3.7.1
8.3.7.1 Het bepaalde onderwerp van overeenkomsten in het Romeinse en het Rooms-Hollandse recht
Documentgegevens:
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS413472:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het bepaaldheidsvereiste werd in het Romeinse en in het Rooms-Hollandse recht expliciet toegepast op de overeenkomst. Van der Linden beschreef het als de ondergrens voor de totstandkoming van overeenkomsten. Hij schreef het volgende: ‘Alle zaaken, die in den handel zijn, kunnen het onderwerp der verbintenissen opleveren. – Zoo wel bepaalde, als onbepaalde zaaken; b.v. wanneer iemand zig verbindt, om mij een paard te geven, zonder te bepaalen, welk paard: mits de onbepaaldheid niet zoodanig zij, dat ze de zaak bijna op niets zoude doen uitloopen.’1 Voldoende was dat partijen op het moment van levering konden vaststellen of de vervreemder aan zijn verplichting had voldaan. De verkrijger kon met andere woorden het geleverde goed toetsen aan de bewoordingen van de overeenkomst. In het Romeinse recht gold hetzelfde.2