Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/6.3.1
6.3.1 Openbaar te maken stukken
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85657:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Verlenging is niet mogelijk voor NV’s en BV’s wier effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, behoudens de uitzonderingen genoemd in art. 5:25g leden 2 en 3 Wft.
Met een bijzondere regeling voor vennootschappen wier effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wft (art. 2:394 lid 8 BW).
Ontheffing voor het opmaken van de jaarrekening is niet mogelijk voor NV’s en BV’s wier effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wft.
Hier is geen termijn gesteld maar als de verklaring ontbreekt, moet volgens, afhankelijk wat van toepassing is, het micro jaarrekeningregime dan wel het kleine jaarrekeningregime worden gedeponeerd.
De depotvoorwaarde is een constitutief vereiste voor het gebruik van het groepsregime door de groepsrechtspersoon. Uit de bewoordingen blijkt dat voor de geconsolideerde jaarrekening met bestuursverslag en overige gegevens een uiterste termijn van depot is opgenomen en voor de instemmingsverklaring (en) en de hoofdelijke aansprakelijkstellingsverklaring niet.
De bewoordingen laten tevens zien dat voor het openbaar maken geen relatie is gelegd met de wijze van openbaarmaking als bedoeld in art. 2:394 BW (jo. Hrgw 2007 en Hrgb 2008). Het bepaalde in art. 2:394 BW komt er op neer dat openbaarmaking moet geschieden door het depot van de jaarrekening bij het handelsregister binnen acht dagen na de vaststelling van de jaarrekening en als de vaststelling (nog) niet heeft plaatsgevonden uiterlijk twee maanden na het verstrijken van de – zonodig verlengde1 – opmaaktermijn.2 In elk geval moet uiterlijk twaalf maanden na afloop van het boekjaar openbaarmaking door het depot bij het handelsregister plaatsvinden,3 behoudens verleende ontheffing4 in welk geval een afschrift van de ontheffingsbeschikking bij het handelsregister op grond van art. 2:394 lid 5 BW moet worden gedeponeerd zonder dat daaromtrent een termijn is gesteld, respectievelijk behoudens vrijstelling van openbaarmakingsplicht als bedoeld in art. 2:398 lid 9 BW in welk geval een accountantsverklaring omtrent de toepassing van dit lid bij het handelsregister moet worden gedeponeerd zonder dat een band met art. 2:394 BW is gelegd.5
Als een groepsrechtspersoon bevoegd is tot het gebruik van het groepsregime, geldt art. 2:394 BW niet voor hem.6