Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/7.15.1:7.15.1 Slotsom
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/7.15.1
7.15.1 Slotsom
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196904:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[273] De wederpartij van de rechtspersoon, die zijn verbintenis niet nakomt in verband met een onmiddellijke voorziening, heeft in beginsel een vordering tot schadevergoeding. Maar dat niet alleen. Ook de vordering tot nakoming, verrekening, de imprévision regeling, opschorting, en ontbinding staan hem ter beschikking.
Acties van de wederpartij kunnen voor de rechtspersoon zodanig negatieve gevolgen hebben, dat het met de onmiddellijke voorziening beoogde gunstige effect er door wordt geneutraliseerd. Dit risico kleeft aan verrekening en opschorting van verbintenissen uit aandelentransacties, aan schadevergoeding en aan ontbinding.
Daarnaast kan de reactie van de wederpartij op het niet-nakomen door de rechtspersoon afbreuk doen aan de doeltreffendheid van de onmiddellijke voorziening. Die dreiging gaat uit van de nakomingsvordering en van verrekening.
De kans dat een actie van de wederpartij het effect van de onmiddellijke voorziening ondermijnt, is niet steeds heel groot. Desalniettemin doet de enquêterechter er goed aan de mogelijkheid te betrekken in de beslissing over een onmiddellijke voorziening. Daarbij kan deze niet vertrouwen op een verzachtend effect van de imprévision op de gevolgen van de botsing tussen overeenkomst en onmiddellijke voorziening.