Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief
Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/8.3.7.3:8.3.7.3 De ratio van het bepaaldheidsvereiste
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/8.3.7.3
8.3.7.3 De ratio van het bepaaldheidsvereiste
Documentgegevens:
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS413473:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. A-G Hartkamp in zijn conclusie (nr. 8) bij HR 20 september 2002, NJ 2004/182 (Mulder q.q./Rabobank) m.nt. W.M. Kleijn; Rongen 2012, nr. 782 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het bepaaldheidsvereiste houdt in dat de door partijen geformuleerde aanduiding van het voorwerp van een overeenkomst of levering/vestiging uiteindelijk een rechter in staat moet stellen om de vaststelling te maken of de schuldenaar aan de overeenkomst heeft voldaan, respectievelijk welke goederen zijn geleverd of bezwaard.1 Bepaaldheid kan met andere woorden bepaalbaarheid worden genoemd. Het vereiste is elementair in die zin dat een privaatrechtelijk systeem zonder dit vereiste niet denkbaar is. Uiteindelijk moet er duidelijkheid zijn wie waartoe verplicht is, of iemand aan zijn verplichtingen heeft voldaan en welke goederen aan wie toebehoren of wie daarop een beperkt recht heeft. Dat gold in het Romeinse recht, in het Rooms-Hollandse recht, onder vigeur van het OBW en vandaag de dag. In de subparagraaf hierna beschrijf ik de werking van bepaaldheid in het geldende recht, hoewel de werking vergelijkbaar was in het verleden.