Mededinging en verzekering
Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/5.5.2:5.5.2 Ruimte onder artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag en artikel 6 lid 3 Mw.
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/5.5.2
5.5.2 Ruimte onder artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag en artikel 6 lid 3 Mw.
Documentgegevens:
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183542:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Richtsnoeren betreffende de toepassing van art. 81 lid 3 van het Verdrag, par. 42.
Verordening (EG) nr. 1/2003 uitvoering mededingingsregels, artikel 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Omdat niet kan worden uitgesloten dat premieharmonisatie onder het bereik valt van het eerste lid van het kartelverbod behandel ik de uitzonderingsregeling van artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag. Dit betekent dat wordt nagegaan wat de mededingingsbevorderende gevolgen van premieharmonisatie zijn en of deze opwegen tegen de negatieve gevolgen voor de mededinging. Uit de tekst van artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag kunnen de volgende vier cumulatieve voorwaarden worden afgeleid:
de overeenkomst dient bij te dragen aan de bevordering van de technische of economische vooruitgang of productie (efficiëntievoordelen);
een billijk aandeel daarvan moet de gebruikers ten goede komen;
de beperkingen gaan niet verder dan strikt noodzakelijk;
de mededinging mag niet voor een wezenlijk deel van de betrokken producten worden uitgeschakeld.
Hieronder zal ik de figuur van premieharmonisatie toetsen aan deze vier (cumulatieve) voorwaarden voor een vrijstelling van het kartelverbod. Daarbij dient dus bedacht te worden dat zodra aan één van deze voorwaarden niet is voldaan, de resterende voorwaarden niet meer hoeven te worden onderzocht.1 De bewijslast om aan te tonen dat voldaan is aan de vier voorwaarden ligt bij de onderneming(en) die een beroep doen op de uitzonderlingsregeling.2
5.5.2.1 Efficiëntievoordelen van premieharmonisatie5.5.2.2 Doorgifte van voordelen aan de klanten?5.5.2.3 Onmisbaarheid van de beperkingen5.5.2.4 Restconcurrentie5.5.2.5 Tussenconclusie