Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/5.12.0
5.12.0 Introductie
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS976964:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De Commissie Geschiedenisonderwijs (commissie-De Wit) is bij Besluit van 14 oktober 1997, Stb. 1997, nr. 483, houdende de instelling van de Adviescommissie geschiedenisonderwijs ingesteld; vgl. de daaraan gehangen Nota van toelichting.
Conform opdracht; zie Besluit c.a.: artikel 2 lid 1.
Zie: M. de Groot-Reuvekamp, ´Geschiedenisles in de onderbouw? Gewoon doen!’, Didactief 2013, 8, p. 46.
Bij geschiedenis ligt het accent op de twintigste eeuw. Voorzitter van de subcommissie geschiedenis en maatschappijleer is W.C. Ultee; vgl. W.C. Ultee e.a. 2003.
Staatssecretaris Adelmund (PvdA) installeert de commissie op 1 november 1999.
Kamerstukken II, 2004/05, 26733, nr. 3, mvt, p. 13.
Zie: Toelichting bij de Instellingsbeschikking.
Artikel 4 Besch.
Artikel 2 Besch; Persbericht Ministerie van OCW, 2 november 1999.
L. Meijs, ´Hoogleraar Sociologie Wout Ultee met emeritaat. Afscheid van een inspirator’, M & P 2012, 1, p. 12-14. Ultee is vice-voorzitter van de commissie-De Rooy.
Vgl. R. Havelaar & P.J. Dijkman, Mens-zijn in de digitale samenleving, Den Haag: WI CDA 2019, p. 46-47.
Artikel 8 lid 1 Besch. Burgerschapsvorming is niet in het avo-leerplan vastgelegd, zie: ´Commissie voor burgerschapsvorming op school´, BB 5 november 1999, 44 en S.R. Juliard, Trouw 29 september 2000, waar democratische vorming met het oog op het Europa -van-de-dertig essentieel is bij geschiedenis: ‘Laten we die mogelijkheid jonge burgers niet ontnemen’.
Commissie-De Rooy 2001, p. 138.
Ibid., p. 138-140.
Commissie-De Rooy: burgerschapsvorming als uitgangspunt
De instelling van de Commissie Historische en Maatschappelijke vorming door staatssecretaris Adelmund (PvdA) vindt op een cruciaal moment plaats. De commissie-De Wit (1997)1 adviseert voor geschiedenis kennis bij te brengen van ‘een historisch-chronologisch besef als het eerste doel; samenleving en vervolgonderwijs verwachten historische overzichtskennis’.2 Ze adviseert om thema's te vervangen door de hierboven vermelde concentrische methode (Bijlage XVIc). Voor de uitvoering van de voorstellen3 is ter advisering over de programma’s voor geschiedenis, en geschiedenis en maatschappijleer4, de commissie-De Rooy (1999) ingesteld met de opdracht burgerschapsvorming als uitgangspunt te nemen voor het vak geschiedenis en maatschappijleer.5 De vakken zijn complementair en in de marges kan overlap ontstaan.6 Bovenal is afstemming tussen geschiedenis en maatschappijleer nodig.7
Commissie-De Rooy: leren van de beginselen van de rechtsstaat
Om een overvleugeling van maatschappijleer door geschiedenis te voorkomen, is de commissie door de staatssecretaris ‘behoedzaamheid voor de positie van maatschappijleer’ meegegeven.8 Zij moet het advies van de commissie-De Wit omzetten in de kerndoelen basisvorming en de eindtermen geschiedenis, en geschiedenis en maatschappijleer op vwo/havo, met het accent op historische overzichtskennis.9 Als randvoorwaarden zijn de commissie de condities meegegeven voor ’de daadwerkelijke realisatiemogelijkheid’ van de kerndoelen en de (eindtermen in) examenprogramma's. Daarvoor dienen de condities bekend te zijn bij de docenten voor de inbreng van maatschappijleer in het vak geschiedenis en maatschappijleer10, voor de lerarenopleiding, de curricula, examens en leermiddelen. Verder moet de commissie adviseren over de informatietechnologie11 en de vakkensamenhang.12 Voor het burgerbegrip gaat de commissie uit van ‘de algemene notie van de universele burgerrechten en -plichten’.13 Als basis hiervoor kiest zij voor het leren van de beginselen van de rechtsstaat (vrijheidsrechten), de parlementaire democratie (politieke rechten) en de verzorgingsstaat (sociale grondrechten).14 Het vak geschiedenis en maatschappijleer krijgt maatschappelijke orientatie als kern.