Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/8.10.2.5
8.10.2.5 Niet tot de groep behorende deelnemingen
mr. drs. C.M. Harmsen , datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180341:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2:24c BW.
Artikel 2:389 BW.
Ik ga in het verdere deel van dit hoofdstuk in op de administratieplicht voor het groepshoofd ten aanzien van de tot die groep behorende maatschappijen. Hoewel ik daarbij geen afzonderlijke aandacht besteed aan deelnemingen die geen groepsmaatschappijen zijn, is hetgeen ik uiteindelijk concludeer ten aanzien van de groepsadministratieplicht ook van toepassing op deelnemingen waarbij invloed van betekenis wordt uitgeoefend op het zakelijke en financiële beleid wanneer deze geen groepsmaatschappij is.
Het is mogelijk dat een van de tot de groep behorende groepsmaatschappijen een deelneming heeft in een rechtspersoon die geen deel uitmaakt van de groep. Er is sprake van een deelneming wanneer een rechtspersoon of vennootschap alleen of samen voor eigen rekening aan die rechtspersoon kapitaal verschaffen teneinde met die rechtspersoon duurzaam verbonden te zijn ten dienste van de eigen werkzaamheid. Bij een kapitaalbelang van een vijfde of meer wordt het bestaan van een deelneming vermoed.1 In Titel 9 van Boek 2 BW wordt voor de wijze waarop een deelneming moet worden verantwoord in de jaarrekening van de rechtspersoon die het kapitaalbelang houdt een onderscheid gemaakt tussen een deelneming waarbij invloed van betekenis wordt uitgeoefend op het zakelijke en financiële beleid2 en een deelneming waarbij dat niet het geval is.
Voor deelnemingen die geen groepsmaatschappij zijn kan een verplichting ter zake van de administratie voor de rechtsperso(o)n(en) die het aandelenbelang houd(t)(en) niet worden gebaseerd op een consolidatieplicht van artikel 2:406 BW. Een verplichting om niettemin de eigen administratie ook inzicht te laten geven in de vermogensbestanddelen, werkzaamheden en rechten en verplichtingen van de deelneming, moet dan worden gebaseerd op de bestuurstaak van de aandeelhoudende rechtspersoon.
Voor een deelneming waarin geen invloed van betekenis wordt uitgeoefend op het zakelijke en financiële beleid ligt een dergelijke oprekking van de administratieplicht voor de in het kapitaal deelnemende rechtspersoon naar mijn mening niet voor de hand. Er is veeleer sprake van het houden van een kapitaalbelang zonder dat de bestuurstaak van de in het kapitaal deelnemende rechtspersoon zich ook uitstrekt over de deelneming. Om de in het kapitaal deelnemende rechtspersoon te kunnen besturen is dan niet ook inzicht nodig in de deelneming, die verder gaat dan de verantwoording die nodig is om in de eigen administratie het kapitaalbelang te kunnen verantwoorden.
Voor een deelneming waar wel invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid wordt uitgeoefend ligt het meer voor de hand dat om de in het kapitaal deelnemende rechtspersoon te kunnen besturen, ook inzicht nodig is in de deelneming, die verder gaat dan die informatie die nodig is om het kapitaalbelang in de eigen jaarrekening te kunnen verantwoorden. Om op een verantwoorde manier de invloed op het zakelijke en financiële beleid te kunnen uitoefenen, als onderdeel van de bestuurstaak van de in het kapitaal deelnemende rechtspersoon, zal inzicht nodig zijn in de vermogensbestanddelen, werkzaamheden, rechten en verplichtingen van deze deelneming.3