Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.8.3.15:6.8.3.15 Uitwerking van de verkrijging van beperkte aansprakelijkheid en de omzetting in een OVBA
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.8.3.15
6.8.3.15 Uitwerking van de verkrijging van beperkte aansprakelijkheid en de omzetting in een OVBA
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS399105:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Onder deze compensatie kan bijvoorbeeld worden het verstaan compensatie voor het verliezen van de toekomstige winstgevendheid door 'gedwongen' uittreding als gevolg van de omzetting. Zie: C.W. de Monchy (2003), supra noot 302, blz. 124-132.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eerste vraag die rijst, is welke rechtsvormen beperkte aansprakelijkheid zouden moeten kunnen verkrijgen en welke rechtsvormen omgezet zouden moeten kunnen worden in een OVBA. Allereerst zouden zowel de OV als de OVR beperkte aansprakelijkheid moeten kunnen verkrijgen. Voor de OV zou dit iets meer voeten in aarde hebben dan voor de OVR omdat naast een wijziging van het aansprakelijkheidsregime ook rechtspersoonlijkheid verkregen moet worden. De OV zal dus tevens aan de daarbij behorende formele eisen moeten voldoen en er zal een overgang van de vennootschappelijke gemeenschap naar het vennootschapsvermogen moeten plaatsvinden. Bij de OVR zullen de goederen niet ingebracht, of de verplichtingen niet overgenomen behoeven te worden omdat door het verkrijgen van beperkte aansprakelijkheid de rechtspersoonlijkheid van de OVR niet wordt beëindigd.
De overgang van een onbeperkt aansprakelijkheidsregime naar een beperkt aansprakelijkheidsregime kan zowel de belangen van de vennoten als die van de bestaande schuldeisers raken. Voor de omzetting van een OVR in een BV is daarom een rechterlijke machtiging nodig (zie paragraaf 6.8.3.14). De OVBA zou voor een belangrijk deel in karakter overeenkomen met de OV en de OVR. Hierdoor verschilt de OV/OVR-OVBA omzetting van de OVR-BV omzetting. Er is bijvoorbeeld geen sprake van een overgang naar een in aandelen verdeeld kapitaal. Alle daarbij behorende moeilijkheden of 'eigenaardigheden', zoals de minister dit heeft verwoord, blijven bij de OVBA achterwege en vennoten behoeven daarvoor geen bescherming. De belangen van de vennoten die niet instemmen, kunnen worden beschermd via de 'normale' regelingen over uittreding. De niet instemmende vennoten zouden via een eventuele op voorhand overeengekomen wijze kunnen uittreden of, indien er geen afspraak tussen de vennoten bestaat, volgens de regeling van artikel 7:818 lid 1 Wetsvoorstel Titel 7.13, of wanneer zij van mening zijn dat zij door een dergelijke uittreding te weinig gecompenseerd worden, via artikel 7:820 lid 1 Wetsvoorstel Titel 7.13 waardoor de rechter de voorwaarden kan aanpassen.1 De schuldeisers zouden verder, net als bij de OVR-BV omzetting, voldoende bescherming kunnen krijgen doordat de vennoten aansprakelijk blijven voor de ten tijde van de verkrijging van beperkte aansprakelijkheid bestaande verplichtingen. Dit betekent dat de vennoten van een OV of OVR, die beperkte aansprakelijkheid verkrijgt, binnen vijf jaar na omzetting (of indien nog opeisbaar, na vijf jaar na het ontstaan van de verplichting) nog aansprakelijk gesteld zouden moeten kunnen worden. Daarnaast zouden extra beschermingsregels gaan gelden voor de OVBA (zie paragrafen 6.8.6 en volgende). Een rechterlijke machtiging acht ik daarom niet gewenst voor de verkrijging van de beperkte aansprakelijkheid door de OV of de OVR. De vennoten van de OV of OVR zouden de verkrijging van de beperkte aansprakelijkheid wel moeten zijn overeengekomen of hiertoe moeten hebben besloten. Hiervoor kunnen de vennoten op voorhand al een afspraak hebben vastgelegd. Het in de vennootschapsovereenkomst opgenomen stemmingsvereiste zal dan van toepassing moeten zijn. Indien de vennoten niets zijn overeengekomen, zal de vereiste meerderheid gelijk moeten zijn aan dat vereist voor een wijziging van de vennootschapsovereenkomst en ten minste tweederde van de uitgebrachte stemmen Dit komt overeen met hetgeen in het merendeel van de Amerikaanse regelingen is bepaald en sluit aan bij de OVRBV omzetting.