Startinformatie in het strafproces
Einde inhoudsopgave
Startinformatie in het strafproces 2014/5.5.5:5.5.5 Adviesorganen
Startinformatie in het strafproces 2014/5.5.5
5.5.5 Adviesorganen
Documentgegevens:
mr. dr. S. Brinkhoff, datum 29-09-2014
- Datum
29-09-2014
- Auteur
mr. dr. S. Brinkhoff
- Vakgebied(en)
Politierecht / Bevoegdheden
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Anno 2014 bestaat er de facto geen adviesorgaan voor het TCI meer. De genoemde Raad van Advies bestaat de iure nog wel, maar is al sinds 2004 niet meer bij elkaar geweest. Het eerste adviesorgaan voor de toenmalige CID is de Begeleidingscommissie CID. In de CID-regeling van 1986 wordt de taak van deze commissie omschreven.1 Zo bepaalt art. 15 dat de commissie landelijk de samenwerking tussen de diverse criminele inlichtingendiensten dient te bevorderen. Daarnaast heeft de commissie ook een adviserende taak: zij dient de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie jaarlijks te adviseren omtrent de verdere ontwikkelingen op het gebied van eerdergenoemde samenwerking. De taak van de Begeleidingscommissie CID bestond aldus zeker niet uit het controleren van de inhoudelijke werkzaamheden van de CID. Op 1 april 1993 werd de Begeleidingscommissie CID opgeheven. Uit het eindrapport van de Commissie Van Traa volgt dat zowel de leden van de Begeleidingscommissie CID als de mensen uit de praktijk zich hierin niet kunnen vinden.2 Zij meenden dat de commissie een belangrijke schakelfunctie bekleedde. Daarnaast constateert de Commissie Van Traa dat de Begeleidingscommissie CID regelmatig signalen en adviezen over knelpunten in het functioneren van de CID heeft gegeven, maar dat het door een gebrek aan uitvoerende bevoegdheden daar dan ook bij bleef.
De opvolger van de Begeleidingscommissie CID laat niet lang op zich wachten. In 1995 wordt de Raad van Advies voor de CID ingesteld.3 Deze Raad dient de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken te adviseren omtrent aangelegenheden die betrekking hebben op de werkzaamheden van de CID. Dit omvat onder meer het bevorderen van de samenwerking tussen de diverse Criminele Inlichtingendiensten, het adviseren omtrent mogelijke consequenties van nieuwe wet- en regelgeving en het adviseren over allerlei verbeteringen van informatiestructuren. Uit het enige jaren later opgemaakte rapport van de Commissie Kalsbeek volgt dat er weinig terecht is gekomen van de geschetste adviserende rol. De commissie stelt vast dat dit adviesor-gaan, dat belast is met een uitgebreide taakstelling op een essentieel onderdeel van de politie, in een belangrijke periode vrijwel geen gevolg heeft gegeven aan de uitvoering van haar (adviserende) taak.