Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht (R&P nr. InsR6) 2015/6.3.4.3:6.3.4.3 Het verzoekschrift (art. 278 Rv)
Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht (R&P nr. InsR6) 2015/6.3.4.3
6.3.4.3 Het verzoekschrift (art. 278 Rv)
Documentgegevens:
mr. B.J. Engberts, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
mr. B.J. Engberts
- JCDI
JCDI:ADS615494:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Schuldsanering natuurlijke personen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het verzoekschrift wordt door de verzoeker of gemachtigde opgesteld, ondertekend en ter griffie ingediend. Het moet uiteraard een verzoek en de gronden daarvoor bevatten (art. 278 lid 2 Rv). Deze eisen volgen (tevens) uit art. 3.2.2.1, 3.2.3.1 en 3.2.4.1 Procesreglement insolventiezaken. In het KEI-wetsvoorstel wordt onder meer geëist dat de tegen het verzoek aangevoerde verweren en gronden daarvoor moeten worden vermeld (art. 30a lid 3 onder f Rv ontwerp). Tot slot eist het KEI-wetsvoorstel dat de bewijsmiddelen waarover de verzoeker beschikt (ter staving van de betwiste gronden van het verzoek) en de getuigen die hij daartoe kan horen (art. 30a lid 3 onder g Rv ontwerp) worden vermeld. Dit (art. 30a lid 3 onder f en g Rv ontwerp) is eveneens goed toe te passen op de verzoeken van art. 287 lid 4, 287a en 287b.