Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.5.1:4.5.1 Inleiding
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.5.1
4.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193695:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Met name sinds Icbe-Richtlijn IIIb van kracht is geworden.
Zie bijvoorbeeld CESR/09-178 en ESMA34-39-882 en hoofdstuk 6 Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43.
In paragraaf 4.6, 5.4.5.3 en 5.4.
Moloney (2014) heeft er wel een paragraaf aan gewijd. Zie III.3.8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een belangrijk onderdeel van de deelnemersbescherming in de icbe-regelgeving is de bescherming tegen buitensporige beleggingsrisico’s en liquiditeitsrisico’s. Aangezien icbe’s middels het Europese paspoort aan alle particuliere beleggers binnen de Europese Unie aangeboden kunnen worden en een open-end karakter hebben, wordt een minimumniveau van bescherming hieromtrent noodzakelijk geacht. De regelgeving kan in drie onderdelen worden verdeeld ten aanzien van deze bescherming:
beleggingslimieten en het beleggingsuniversum;
vereisten ten aanzien van het risicobeheerproces;
transparantievereisten.
Twee belangrijke onderdelen van de Icbe-Richtlijn zijn de beperkingen omtrent het beleggingsuniversum en de regels met betrekking tot risicospreiding. Deze onderdelen vormen kenmerkende verschillen met alternatieve beleggingsinstellingen die niet aan deze zelfde beleggingsbeperkingen gebonden zijn. Deze bepalingen stellen uiterste grenzen aan het risicoprofiel van een icbe. Voor icbe’s zijn de beperkingen sinds de eerste Icbe-Richtlijn steeds minder strikt geworden.1 Het beleggingsuniversum is in de loop der tijd fors uitgebreid en de risicospreidingregels zijn eveneens verruimd. De aandacht van de wetgever en de toezichthouder is steeds verder verschoven naar het risicobeheerproces.2 Ook aan dit proces worden diverse eisen gesteld.3 Deze vereisten zien zowel op de inhoud (hoe moet risico worden gemeten?) als op de governance (wie is verantwoordelijk en wat moet gerapporteerd worden?).
Ook bepalingen ten aanzien van transparantie kunnen gezien worden in het licht van deelnemersbescherming tegen buitensporige financiële risico’s. Er zijn diverse verplichte informatiedocumenten die een icbe ter beschikking moet stellen aan (potentiële) deelnemers (prospectus, essentiële beleggersinformatie, (half)jaarverslag), die een goed beeld geven van de risico’s en het risicoprofiel van de icbe. Een deelnemer kan zo behoed worden voor het nemen van onbedoelde risico’s.
De risicobeheervereisten en de transparantievereisten komen verderop in dit proefschrift aan bod.4 In deze paragraaf worden de beleggingsmogelijkheden van een icbe beschreven. Voor zover ik weet zijn deze vereisten nog niet eerder in de Nederlandse literatuur uitgebreid beschreven en is een beschrijving dus een zinvolle toevoeging aan de literatuur.5 Alhoewel deze vereisten op het eerste oog voor zich lijken te spreken, zijn er in de praktijk enkele onduidelijkheden. In deze paragraaf komen eerst de vereisten ten aanzien van het beleggingsuniversum aan bod en vervolgens de vereisten ten aanzien van de beleggingslimieten. Daarna wordt kort ingegaan op het wijzigen van het beleggingsbeleid, de gevolgen van overschrijdingen van limieten en de berekening van de intrinsieke waarde.