Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/4.10:4.10 Verrekening door de fiscus tijdens betalingsuitstel of uitstel van executie
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/4.10
4.10 Verrekening door de fiscus tijdens betalingsuitstel of uitstel van executie
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS604777:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Handelingen II 1987-1988, 20 588, nr. 3, p. 74.
Handelingen II 1988-1989, 20 588, nr. 5, p. 24-25.
Handelingen II 1988-1989, 20 588, nr. 6, p. 39.
Zie verder § 2.4.9.
Zie § 2.4.9, laatste alinea.
Zie eveneens § 2.4.9.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de wetsgeschiedenis van de Iw 1990 is kort aandacht besteed aan verrekening tijdens uitstel van betaling. In de Memorie van Toelichting1 bij de behandeling van het artikel over uitstel van betaling2 merkt de wetgever op:
"Uitdrukkelijk wordt gesproken van dwanginvordering en niet van invordering. Dit is geschied omdat in sommige gevallen waarin uitstel van betaling is verleend bij voorbeeld om redenen van zekerheid behoefte blijft bestaan aan de mogelijkheid om te verrekenen. Aangezien verrekening is geregeld in Hoofdstuk IV van de nieuwe Invorderingwet en dus niet tot de dwanginvordering behoort, kan ondanks verleend uitstel verrekening plaatsvinden."
In het Voorlopig Verslag3 is over dit onderwerp opgemerkt:
"De leden van de C.D.A.-fractie konden er mee instemmen dat gezien ook het materiële karakter van de belastingschuld de bepalingen uit het BW terzake van de compensatie buiten werking zijn gesteld. Deze leden spraken echter de vrees uit dat door de nieuwe regeling slechter wordt de positie van de belastingschuldige die uitstel van betaling heeft gevraagd en verkregen in het kader van een geschil. Voor een dergelijke verslechtering van de positie van de belastingschuldigen zagen zij geen aanleiding."
De regering reageerde hierop in de Memorie van Antwoord:4
"De vrees van de leden van het C.D.A. dat de positie van de belastingschuldige die uitstel van betaling heeft gevraagd en verkregen in het kader van geschil door de verrekeningsregeling opgenomen in artikel 25 slechter wordt delen wij niet. Onder de huidige wetgeving geldt het beleid dat verrekening van een bestreden bedrag met teruggaven uit andere hoofde in afwachting van de uitspraak van het geschil in het algemeen achterwege dient te blijven. Verwezen zij in dit verband naar § 15, tweede lid, van de Leidraad Invordering en de aanschrijving van 13 oktober 1988, nr. AFZ88-3046, punt 7. Wij merken in dit verband op dat het huidige beleid onder de nieuwe invorderingswetgeving zal worden gecontinueerd."
Dit beleid is inderdaad gecontinueerd,5 ook met de invoering van artikel 4:93 lid 5 Awb. Die bepaalt sinds 1 juli 2009 dat uitstel van betaling niet aan verrekening in de weg staat. Ik gaf reeds aan dat, met betrekking tot de positie van de ontvanger, uitstel van executie dicht tegen de figuur van uitstel van betaling aanligt,6 Na 1990 is in artikel 25 Iw 1990 een groot aantal gevallen opgenomen waarin uitstel van betaling kan worden gegeven voor een specifieke (lange) periode.7 Voor die gevallen bepaalt artikel 24 lid 7 Iw 1990 dat gedurende het uitstel verrekening niet mogelijk is, tenzij de belastingplichtige dit verzoekt. Het betreft hier niet een regulier betalingsuitstel. De wetsgeschiedenis bij deze regeling bevat geen bijzondere aandachtspunten.