Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/3.4.4.2
3.4.4.2 Beperking reikwijdte Section 12(a)(2)
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655738:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Gustafson v. Alloyd Co., 513 U.S. 561 (1995).
Meer specifiek wordt hier bedoeld aanbiedingen waarbij de desbetreffende effecten worden aangeboden onder een (bij de SEC in te dienen) registration statement.
Zie over de reikwijdte van Section 12(a)(2) Hazen, 2 Law Securities Regulation § 7.6[2][A]-[B]. Zie hierover in de Nederlandse literatuur reeds Nederveen 2006, p. 156.
Gustafson v. Alloyd Co., 513 U.S. 561, 583-584 (1995). Zie over deze uitspraak uitgebreider Hazen, 2 Law Securities Regulation § 7.6[2][C]; Loss, Seligman & Paredes 2018, p.1761-1772; Vizcarrondo & Wilson 2016, p. 48-49.
Hazen, 2 Law Securities Regulation § 7.6[2][A].
Vgl. Nederveen 2006, p. 156.
Zie in dit verband ook de uitspraak Yates v. Mun. Mortg. & Equity, LLC, 744 F.3d 874, 898-901 (4th Cir. 2014).
Tot aan de uitspraak van de Supreme Court in de zaak Gustafson v. Alloyd1 werd algemeen aangenomen dat Section 12(a)(2) van toepassing is zowel op publieke aanbiedingen van effecten,2 als op onderhandse plaatsingen van effecten, alsmede op reguliere secundaire markttransacties.3 In Gustafson v. Alloyd heeft de Supreme Court de reikwijdte van Section 12(a)(2) echter beperkt tot publieke aanbiedingen.4 Dit heeft twee consequenties.5 In de eerste plaats betekent dit dat Section 12(a)(2) niet van toepassing is in geval van misleiding bij een onderhandse plaatsing van effecten.6 In de tweede plaats heeft dit als consequentie dat Section 12(a)(2) niet van toepassing is in geval van misleiding bij een secundaire markttransactie, ongeacht of deze transactie tot stand komt op de publieke effectenmarkt, dan wel via een onderhandse koopovereenkomst.7