Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/5.2.4.1
5.2.4.1 Re-integratie tweede spoor en de Waadi
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943420:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bevers, in: Flexibele arbeidsrelaties 6.5.2 (online, bijgewerkt 1 april 2023).
HR 1 maart 1983, NJ 1983/484, r.o. 4.3.
Bevers, in: Flexibele arbeidsrelaties 6.5.4 (online, bijgewerkt 1 april 2023).
Zie Schriftelijk verslag Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (ref: 2020-0000052689), p. 33.
Kamerstukken II 2022/23, 36 446, nr. 2, p. 1. (Wetsvoorstel Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten).
Kamerstukken II 2022/23, 36 446, nr. 2, par. 4. (Wetsvoorstel Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten).
Kamerstukken. II 2018/19, 35 074, nr. 9, p. 48 (Nota naar aanleiding van het verslag).
Zie o.a.: Hof ’s-Hertogenbosch 24 januari 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:223, r.o. 3.10.
Indien de werknemer in het tweede spoor bij een andere onderneming aan het werk gaat, is sprake van terbeschikkingstelling. De Waadi is dan van toepassing, tenzij de werknemer collegiaal wordt in- en uitgeleend.1 Daarvan is sprake als de terbeschikkingstelling plaatsvindt zonder winstoogmerk en bij wijze van hulpbetoon.2 De HR oordeelde in 1984 dat het feit dat de werkgever wel enig voordeel heeft van de terbeschikkingstelling niet direct duidt op een winstoogmerk.3 Niet uitgesloten is daarom dat de inlener wel een bepaalde vergoeding mag betalen voor de terbeschikkingstelling zonder direct af te doen aan het collegiale karakter van de terbeschikkingstelling.4 Toen tijdens de coronaperiode de werkzaamheden in veel bedrijven afnamen en collegiale terbeschikkingstelling voor deze bedrijven een mogelijkheid werd om werknemers aan het werk te houden, gaf de regering ietwat meer duiding wat betreft de criteria voor collegiale terbeschikkingstelling. Duidelijk werd dat geen winstoogmerk aanwezig werd geacht zolang de vergoeding van de inlener niet meer betrof dan dekking van de loonkosten en een kleine opslag.5 Als onderdeel van een in oktober 2023 ingediend wetsvoorstel, stelt de minister voor de definitie van collegiale uitlening in de Waadi te verduidelijken door in plaats van ‘bij wijze van hulpbetoon zonder winstoogmerk’ te spreken van ‘tegen vergoeding van ten hoogste de loonkosten’.6 Het wetsvoorstel ziet op de invoering van een toelatingsstelsel, op basis waarvan ondernemingen alleen arbeidskrachten ter beschikking mogen stellen als zij een VOG kunnen overleggen, financiële zekerheid kunnen stellen en kunnen aantonen aan de wet- en regelgeving te voldoen.7 In hoeverre het wetsvoorstel, en dus een wijziging van de definitie van collegiale uitlening, daadwerkelijk word ingevoerd, is op het moment van schrijven onduidelijk.
Indien de inlener de werkgever meer betaalt dan een kleine opslag bovenop de loonkosten, is geen sprake van collegiale inlening. Deze situatie zal zich bij re-integratie niet vaak voordoen, maar van belang is dat, als dit wel zo is, de Waadi dan van toepassing is.8 De vraag rijst dan of de re-integratie-inspanningen van de werkgever als allocatiewerkzaamheden kwalificeren en of dientengevolge sprake is van uitzenden of payrollen. Het antwoord op die vraag heeft op de arbeidsvoorwaarden van de re-integrerende werknemer echter geen invloed. In de wet is bepaald dat bij re-integratie de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer onverkort in stand blijft.9 De minister heeft in aanvulling hierop aangegeven dat een arbeidsovereenkomst door re-integratie in het tweede spoor niet ineens ‘converteert’ in een payrollovereenkomst.10 Ik ga ervan uit dat ook geen conversie in een uitzendovereenkomst plaatsvindt. De arbeidsvoorwaarden van de werknemer wijzigen derhalve niet door toepassing van de Waadi. Art. 8 en 8a Waadi blijven buiten beschouwing. Dat kan natuurlijk veranderen als het passende werk de bedongen arbeid wordt. Dat zal echter vaak op zijn vroegst na het verstrijken van 104 weken aan de orde kunnen zijn. Passende arbeid kan bedongen arbeid zijn geworden, indien ten behoeve daarvan een nieuwe of gewijzigde arbeidsovereenkomst is aangegaan of indien werknemer er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de verrichte passende arbeid de bedongen arbeid is geworden.11