Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/5.5.1.c:5.5.1.c Artikel 48 van het Handvest
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/5.5.1.c
5.5.1.c Artikel 48 van het Handvest
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS363024:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 48 van het Handvest is eveneens geplaatst in het hoofdstuk over rechtspleging en regelt het vermoeden van onschuld en de rechten van de verdediging. In het tweede lid van dit artikel is het volgende bepaald:
“2. Aan eenieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt de eerbiediging van de rechten van de verdediging gegarandeerd.”
Volgens de toelichting bij dit artikel is artikel 48 van het Handvest gelijk aan artikel 6, tweede en derde lid, van het EVRM.1 Artikel 48 van het Handvest ziet alleen op zaken waarbij vervolging is ingesteld. Het Hof van Justitie heeft dit nadrukkelijk bevestigd in het arrest WebMindLicenses.2 Het arrest WebMindLicenses maakt duidelijk dat artikel 48 van het Handvest alleen van toepassing is in fiscale zaken waarbij een voornemen bestaat tot het opleggen van een fiscale boete en dan alleen ten aanzien van de boete. Dan omvat artikel 48 van het Handvest wel het kenbaarmakingsbeginsel.