Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/10.2.1.1
10.2.1.1 Getuigenverhoor bij de politie
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 1 oktober 1996, NJ 1997, 90: verklaringen verkregen door marteling mogen niet worden gebruikt voor het bewijs.
Voor de rechter-commissaris is dit expliciet neergelegd in artikel 173 Sv, dat betrekking heeft op verdachten, getuigen en deskundigen.
Melai-Groenhuijsen, art. 29, aant. 10.
Vastgesteld op 1 november 2010, Stc. 2010, 19123 (i.w.tr. 1 januari 2011).
Vastgesteld op 29 maart 2010, Stc. 2010, 6462 (i.w.tr. op 1 juni 2010).
Vastgesteld op 13 december 2010, Stc. 2010, 20476 (i.w.tr. op 1 januari 2011).
Aanwijzing slachtofferzorg van 13 december 2010, Strc. 2010, nr. 20476.
Vastgesteld op 8 juni 2009, Stc. 2010, 11885 (i.w.tr. 1 september 2010).
Die vooral betrekking hebben op het verhoren van verdachten.
Er is geen afzonderlijke regeling gewijd aan het getuigenverhoor bij de politie. Dat betekent niet dat het verhoor door de politie volstrekt ongenormeerd is. In de jurisprudentie is bepaald dat een aantal voorschriften die gelden voor het verhoor bij de rechter-commissaris, ook van toepassing zijn op het politieverhoor. Het betreft de bepalingen neergelegd in de artikelen 172, 173 en 271 Sv. Ook wordt aangenomen dat het in artikel 29 Sv neergelegde ‘pressieverbod’ niet alleen geldt voor de verdachte, maar ook van toepassing is op getuigen.1 Het pressieverbod houdt in dat de verhorende ambtenaar zich dient te onthouden ‘van alles wat de strekking heeft eene verklaring te verkrijgen waarvan niet gezegd kan worden dat zij in vrijheid is afgelegd’.2 Uit dit verbod wordt afgeleid dat strikvragen en suggestieve vragen (ook in het politieverhoor) niet zijn toegestaan.3
In een aantal gepubliceerde beleidsregels van het College van procureursgeneraal zijn voor specifieke gevallen wel enkele inhoudelijke regels opgenomen die betrekking hebben op de gang van zaken tijdens het verhoor. Zo geven de ‘Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik’4 en de ‘Aanwijzing huiselijk geweld en eergerelateerd geweld’5 specifieke regels ten aanzien van het horen van getuigen die slachtoffer zijn geworden van zedendelicten respectievelijk van huiselijk en/of eergerelateerd geweld. In de ‘Instructie onorthodoxe opsporingsmethoden’6 is neergelegd welke methoden niet zijn toegestaan in relatie tot het getuigenverhoor (omdat zij naar huidige wetenschappelijke inzichten geen zekerheid bieden over de objectieve betrouwbaarheid van de resultaten ervan). Voorts schrijft de ‘Aanwijzing slachtofferzorg’7 voor hoe de aangifte dient te worden opgenomen door de politie. Het opnemen van verhoren is geregeld in de ‘Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten’.8
Het feit dat het politieverhoor niet of nauwelijks wettelijk is geregeld, wil overigens ook niet zeggen dat de politie geen eigen gestandaardiseerde werkwijzen heeft. Integendeel, de politie heeft een eigen opleidingsprogramma en hanteert eigen protocollen,9 maar die onttrekken zich grotendeels aan het zicht van de rechter en de andere procespartijen. Hierdoor valt de gang van zaken tijdens het verhoor grotendeels buiten het rechterlijk toetsingskader. In het volgende hoofdstuk wordt stilgestaan bij wat bekend is over werkwijzen in de praktijk.