Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/442
442 Een inschattingsfout
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS372671:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Washington 1941, p. 752.
Gallin v. National City Bank of New York, 155 Misc. 880, 891, May 25, (N.Y. Misc. 1935). Zie onder andere Wells 2010, p. 729 waar hij verwijst naar het rapport van Frank C. Laughlin uit 1935.
De directors komen er overigens niet zonder kleerscheuren vanaf. Uit het onderzoek blijkt dat de directors aangerekend kan worden dat er serieuze fouten zijn gemaakt bij het berekenen van de bonuspool in de jaren ’20. Het resultaat is dat de directors aansprakelijk worden gehouden voor het te veel betaalde: $1.703.703,23. Wells 2010, p. 729; Washington 1942, supra note 95, p. 283/284. Na 1933 schafte National City Bank het bonussysteem af en ontvingen de bestuurders slechts een vast salaris (hetgeen vermoedelijk samenhing met het afstoten van de effectenbank). Mitchell nam ontslag in 1933. Washington 1941, p. 753.
Uit het omvangrijke onderzoek dat volgt, komt naar voren dat de directors niet aansprakelijk gehouden dienen te worden voor het veronachtzamen van hun taak. Onderzoeker Frank C. Laughlin baseert zijn conclusie onder meer op het feit dat de directors competent waren en te goeder trouw hebben gehandeld.1 Hoewel de bezoldiging van een paar bestuurders aan het einde van de jaren ’20 uitgegroeid is tot een omvang waarvan waarschijnlijk niet meer vol te houden is, dat zij een regulier salaris betreft, is hij van mening dat de directors tot de conclusie hebben kunnen komen dat het verlagen van de bezoldiging zou kunnen leiden tot een demoralisering van de bestuurders “who have been so instrumental in increasing the profits of the bank and company”.2 De beslissing om de bonussen niet terug te draaien is derhalve in het ergste geval aan te merken als een inschattingsfout van de directors waarvoor zij niet aansprakelijk gehouden dienen te worden. De gedachte dat een excessieve bezoldiging op basis van haar omvang prima facie aangemerkt kan worden als waste, wordt in Gallin v. National City Bank stellig verworpen.3