Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht (R&P nr. InsR6) 2015/6.3.4.7:6.3.4.7 Wijziging van het verzoek (art. 283 Rv)
Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht (R&P nr. InsR6) 2015/6.3.4.7
6.3.4.7 Wijziging van het verzoek (art. 283 Rv)
Documentgegevens:
mr. B.J. Engberts, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
mr. B.J. Engberts
- JCDI
JCDI:ADS620227:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Schuldsanering natuurlijke personen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In het KEI-wetsvoorstel kan dit totdat de rechter een datum heeft bepaald voor het geven van de eindbeschikking.
Van Mierlo 2014, ( T&C Rv 2012), art. 283 Rv, aant. 3.
Zie HR 13 januari 1995, NJ 1995/370 en Schaafsma-Beversluis, GS Burgerlijke Rechtsvordering, art. 283 Rv, aant 3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zolang geen eindbeschikking is gegeven kan de verzoeker het verzoek of de gronden daarvan verminderen (art. 283 Rv).1 Dit kan mondeling of schriftelijk geschieden; ook indien de belanghebbende niet in de procedure is verschenen. De belanghebbende/verweerder kan zich tegen een vermindering niet verzetten. Verzoeker kan het verzoek tevens veranderen of vermeerderen, maar dat moet in beginsel schriftelijk. Slechts onder omstandigheden kan dit ook mondeling.2Belanghebbenden kunnen bezwaar maken door te stellen dat de vermeerdering/verandering in strijd is met de goede procesorde. Aangenomen mag worden dat dit zowel schriftelijk bij (aanvullend) verweerschrift als mondeling ter terechtzitting kan.
De rechter kan de vermeerdering/verandering ambtshalve op grond van de goede procesorde buiten beschouwing laten.3 Dit geldt eveneens als een belanghebbende zich niet tegen een door de verzoeker voorgenomen verandering of vermeerdering verzet en zelfs indien de belanghebbende er uitdrukkelijk mee instemt. De reden hiervoor is dat de rechter bescherming moet bieden aan belanghebbenden die in persoon procederen.
Er kan behoefte bestaan aan het wijzigen van een 287a-verzoek indien de inhoud van de minnelijke schuldregeling wijzigt. Wijziging van een 287 lid 4-verzoek is evenmin denkbeeldig. De behoefte tot wijzigen ligt minder voor de hand bij 287b-verzoeken, omdat de te vragen voorzieningen in die wetsbepaling zijn vastgelegd. De regels omtrent wijziging van het verzoek (art. 283 Rv) zijn hierbij goed toepasbaar.
Dat de rechter de wijziging ambtshalve buiten beschouwing kan laten is nuttig, nu de belanghebbenden (schuldeisers) veelal in persoon procederen.