Onafhankelijkheid van de rechter in constitutioneel perspectief
Einde inhoudsopgave
Onafhankelijkheid van de rechter (SteR nr. 3) 2011/3.5.7:3.5.7 Ondergeschiktheid ten opzichte van partijen
Onafhankelijkheid van de rechter (SteR nr. 3) 2011/3.5.7
3.5.7 Ondergeschiktheid ten opzichte van partijen
Documentgegevens:
mr. dr. P.M. van den Eijnden, datum 01-10-2010
- Datum
01-10-2010
- Auteur
mr. dr. P.M. van den Eijnden
- JCDI
JCDI:ADS497348:1
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot slot rijst de vraag hoe het zit met de onafhankelijkheid van een rechter die ondergeschikt is aan één van de procespartijen, wanneer die procespartij een particulier of particuliere organisatie is. Deze situatie kan zich voordoen bij lekenrechters. Op het eerste oog lijkt dat meer een kwestie van onpartijdigheid dan van onafhankelijkheid te zijn, maar in de jurisprudentie van het Hof wordt dit mede onder de onafhankelijkheid geschaard, zij het vaak in combinatie met de onpartijdigheid. Als een lekenrechter afhankelijk is van een particuliere beroepsorganisatie (bijvoorbeeld als gevolg van de wijze van benoeming en ontslag als rechter), die tevens partij is in de rechtszaak of belangen heeft bij de uitkomst daarvan, is dan ook de rechterlijke onafhankelijkheid in het geding? Rechterlijke onafhankelijkheid ziet volgens de doctrine immers op de verhouding tussen de rechter en (organen van) de andere overheidsmachten in een staat. Met andere woorden: is alleen druk op de rechter afkomstig van overheidsorganen in strijd met artikel 6 EVRM, of ook druk op de rechter afkomstig van andere maatschappelijke organen? De zinsnede ‘in determining whether a body can be ‘independent’, notably of the executive and of the parties to the case’1 lijkt op het laatste te wijzen. De vraag is wel in hoeverre het Hof bewust spreekt van de onafhankelijkheid van partijen.2 Ook tijdens de ontstaansgeschiedenis van artikel 14 IVBPR, die tevens van betekenis is voor artikel 6 EVRM, is gewezen op de gewenste onafhankelijkheid ten opzichte van andere groeperingen dan overheidsorganen.3