Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.8.3.3:6.8.3.3 Rechtspersoonlijkheid en de OVBA
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.8.3.3
6.8.3.3 Rechtspersoonlijkheid en de OVBA
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395573:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zowel in de Verenigde Staten als in het Verenigd Koninkrijk bezitten LLP's rechtspersoonlijkheid. In de Verenigde Staten is een LLP een zelfstandige entiteit los van haar vennoten.1 De entity-theorie werd in het personenvennootschapsrecht geïntroduceerd door de RUPA 1994. Hierdoor is zowel een GP, als een LLP een zelfstandige entiteit (dus geen optiestelsel). Door het kenmerken van de GP als een zelfstandige entiteit kon de continuïteit van de vennootschap beter gewaarborgd blijven, bijvoorbeeld bij uittreding van vennoten. De fundamentele aard en het karakter van de personenvennootschap zijn hierdoor echter niet gewijzigd, het blijft een contractuele samenwerkingsvorm.2 De Britse LLP is een 'body corporate' (with legal personality separate from that of its members) en bezit derhalve ook rechtspersoonlijkheid.3 Beide regelingen (Amerikaans en Engels) bepalen dus dat LLP's rechtspersoonlijkheid bezitten, en deze rechtspersoonlijkheid is in deze landen geïntroduceerd ook vanwege de goederenrechtelijke voordelen. De introductie van beperkte aansprakelijkheid bij een OVBA zou geen veranderingen teweegbrengen voor de goederenrechtelijke argumenten, aangezien de beperkte aansprakelijkheid de goederenrechtelijke regelingen niet doorkruist. Met andere woorden; ook bij een OVBA met rechtspersoonlijkheid zouden de vennoten de goederenrechtelijke voordelen van de rechtspersoonlijkheid genieten. Dit betekent dat de OVBA met rechtspersoonlijkheid, voordelen bij de uittreding, toetreding en opvolging zou bieden, die een OVBA zonder rechtspersoonlijkheid niet heeft.
Voor crediteuren van een OVBA zal het geen verschil uitmaken of er wel of geen sprake is van rechtspersoonlijkheid omdat zij in beide situaties dezelfde aanspraken blijven behouden. Bij de OV kunnen zij zich verhalen op de goederenrechtelijke gemeenschap en bij de OVR op het vermogen van de rechtspersoon. Beide zijn afgescheiden. Zijn er dan eventueel praktische bezwaren indien de verkrijging van beperkte aansprakelijkheid altijd gepaard gaat met verkrijging van rechtspersoonlijkheid? Die zullen bij de OVBA niet spelen omdat deze bezwaren door de in het Wetsvoorstel Titel 7.13 opgenomen keuzemogelijkheid voor rechtspersoonlijkheid zijn weggenomen. Indien de oprichters niet voldaan hebben aan de oprichtingsformaliteiten van de OVBA, zal afhankelijk van de oprichtingsgebreken een OV of OVR kunnen ontstaan. Er zijn daarom weinig redenen om de rechtspersoonlijkheid bij de OVBA niet verplicht te stellen. Het nut van een OVBA zonder rechtspersoonlijkheid zie ik allereerst niet als de oprichtingsvereisten en kosten van een `OVBA met' of een `OVBA zonder' nagenoeg hetzelfde zijn. Maar ook als deze vereisten en kosten hoger zijn voor een `OVBA met' dan voor de `OVBA zonder', zouden andere argumenten voor het introduceren van enkel een `OVBA met' de doorslag kunnen geven. Om deze vereisten en kosten voor de OVBA te bepalen, besteed ik in de volgende paragrafen eerst aandacht aan de oprichtingsvereisten van de Amerikaanse en Engelse LLP, waarna ik de formaliteiten bij het verkrijgen van de rechtspersoonlijkheid bij het ontstaan van een OVR, uiteen zet. Dan bespreek ik in hoeverre dezelfde oprichtingseisen voor de OVBA zouden moeten gelden. Tot slot komt de vraag aan de orde of er eventueel andere doorslaggevende argumenten zijn voor het antwoord op de vraag of de OVBA al dan niet van rechtswege rechtspersoonlijkheid moet krijgen.