Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/657
Medeplegen diefstal met geweld (art. 312 lid 2 onder 2 Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, na veroordeling in eerste aanleg tot taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen). Voldoet motivering van strafoplegging aan eisen van art. 359 lid 5 en 359 lid 6 Sv? HR herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2023/129, m.nt. J.M. ten Voorde m.b.t. ruime straftoemetingsvrijheid van feitenrechter. Hof heeft bij strafoplegging in aanmerking genomen dat A-G in hoger beroep heeft gevorderd dat verdachte zou worden veroordeeld tot dezelfde straf als door rechter in e.a. opgelegd en dat verzoek van verdediging inhoudt dat geheel voorwaardelijke taakstraf wordt opgelegd. Hof heeft echter geoordeeld dat (o.g.v. ernst van feit, omstandigheden waaronder dit feit is begaan en gelet op persoon van verdachte) (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. Bij dit oordeel heeft hof i.h.b. betrokken dat LOVS-oriëntatiepunten bij woninginbraak (zonder recidive) uitgaan van onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, dat woninginbraak in vereniging en met toepassing van geweld tegen 2 verbalisanten is gepleegd en dat letselschade is ontstaan bij een van de verbalisanten. Daarbij heeft hof overwogen dat deel van gevangenisstraf voorwaardelijk wordt opgelegd nu verdachte zijn leven weer redelijk op de rit lijkt te hebben en plannen heeft voor zijn (vervolg)carrière. Gelet op aanhalen van wettelijk voorschrift van art. 63 Sr, heeft hof tot slot acht geslagen op omstandigheid dat verdachte eerder is veroordeeld voor gekwalificeerde diefstal en dat hij daarbij is veroordeeld tot taakstraf. Hof heeft met deze op omstandigheden van geval en persoon van verdachte toegesneden motivering de redenen opgegeven die straf en strafsoort hebben bepaald en omstandigheden benoemd die voor vaststelling van duur van straf van belang zijn. Deze motivering voldoet aan eisen die art. 359 lid 5 en 35 lid 6 Sv stellen en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders.
HR 18-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:900
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juni 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/00659
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:900, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑06‑2024
Essentie
Medeplegen diefstal met geweld (art. 312 lid 2 onder 2 Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, na veroordeling in eerste aanleg tot taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen). Voldoet motivering van strafoplegging aan eisen van art. 359 lid 5 en 359 lid 6 Sv? HR herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2023/129, m.nt. J.M. ten Voorde m.b.t. ruime straftoemetingsvrijheid van feitenrechter. Hof heeft bij strafoplegging in aanmerking genomen dat A-G in hoger beroep heeft gevorderd dat verdachte zou worden veroordeeld tot dezelfde straf als door rechter ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.