Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/545
Procesrecht. Compensatie van proceskosten. Familierechtelijke zaak in zin art. 237 lid 1 Rv?
HR 12-05-2023, ECLI:NL:HR:2023:702
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
12 mei 2023
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
22/01118
- Conclusie
A-G mr. W.L. Valk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:702, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 12‑05‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:121, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑01‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑03‑2022
- Wetingang
Art. 237 Rv
Essentie
Procesrecht. Compensatie van proceskosten. Familierechtelijke zaak in zin art. 237 lid 1 Rv?
Samenvatting
Het onderhavige geding is een handelszaak over de terugbetaling van een lening aan een bedrijf, waarbij uit de gedingstukken op geen enkele wijze blijkt dat partijen tot elkaar staan of hebben gestaan in een (familie)relatie als bedoeld in art. 237 lid 1 Rv. Het oordeel van het hof, dat erop neerkomt dat de kosten van beide instanties worden gecompenseerd op de grond dat sprake is van een familierechtelijke zaak, is dus onbegrijpelijk.
Partij(en)
- 1.
[wederpartij 1],
- 2.
[wederpartij 2], ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.