De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.9.4:I.3.9.4 Verdediging
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.9.4
I.3.9.4 Verdediging
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS285055:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1984/85, 19017 (R1285), nr. 2. Dit voorstel vermeldde wel ‘de krijgsmacht’.
Handelingen II 1985/86, 51, p. 3423; Handelingen I 1985/86, 23, p. 960.
Zie hierover ook: Kortmann 1987, p. 285.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1985 diende de regering een voorstel in over de krijgsmacht. Het voorstel kwam op hoofdpunten overeen met het in 1981 verworpen voorstel.1 In 1986 passeerde dit voorstel de Tweede en Eerste Kamer in eerste lezing, ondanks dat aan de linkerzijde van het politieke spectrum veel tegenstemmen vielen.2 De verkiezingen van 1986 zorgden voor een overwinningen van het CDA (van 45 naar 54 zetels) en van de PvdA (van 47 naar 52) zetels. De PvdA had vooral moeite met de schrapping van de bepaling (artikel 100 Gw 1983) over de zeggenschap over het verblijf van vreemde troepen in Nederland. Om die reden stemde de PvdA tegen. Dat deed de PvdA overigens ook al in eerste lezing. Aangezien de PvdA dusdanig groot was bleek een gekwalificeerde meerderheid niet haalbaar.3